<< Click to Display Table of Contents >>

7. SJE / HET LEGER (HET HEER)

 

▬▬▬   ▬▬▬

▬▬▬   ▬▬▬

▬▬▬   ▬▬▬

▬▬▬   ▬▬▬

▬▬▬▬▬▬▬

▬▬▬   ▬▬▬

 

            boven K'oen, het Ontvangende,

            de aarde en haar invloedsfeer

            beneden K'an, het Onpeilbare,

            het water, onder de bodem

            van een bomkrater

 

Het teken Leger (in het grote plan) is samengesteld uit het oerteken K'an, het water, H2O, en K'oen, de aarde; het symboliseert in Gods Oneindige Genade zo de dieperliggende levensvoorwaarde, het grondwater, dat zich verzamelt binnen in de aarde. Evenzo, en soms zelfs overnacht, verzamelt zich de legermacht, de veldheer, de gids en eveneens de tolk, binnen de grote massa van een volk: In vredestijd is er bovendien weinig tot helemaal niets van te zien, maar het is aan het oppergezag te allen tijde beschikbaar als bron van macht. De strekking van de oertekens is (hoewel versterkt in oorlogstijd): van binnen gevaar en naar buiten gehoorzaamheid. Dit tekent het wezen van het leger gewis, dat in de kern dus iets (levens)gevaarlijks is, terwijl er onvoorwaardelijk ten zeerst aan de buitenkant tucht en dicipline heerst.

 

Als men de afzonderlijke lijnen beschouwt, is de sterke negen, aan wie de tweede plaats is toevertrouwd, de heer van het teken, waaraan, dient men nog op te merken, de andere zwakke lijnen zich onderwerpen. Deze lijn, die centraal en accuraat in het centrum van een der beide oertekens staat, duidt op een man als een vulkaan, met andere woorden: duidt de gebieder aan. Daar dit echter, als een zeker gemis, het onderste en niet het bovenste teken is, verschijnt hier niet, en ook niet globaal, het beeld van een heerser, maar van een bekwaam generaal, die door de autoriteit van zijn persoonlijkheid omringt aan heel het leger gehoorzaamheid afdwingt.

 

HET OORDEEL

 

Het Leger heeft geen boodschap aan een duister tiran, maar standvastigheid nodig en een ijzersterke man. Uitsluitend dan, komt het heer goed vooraan, en laat zich ook voorspellen: Heil zonder blaam.

 

Het leger is een massa, die, terwijl ze ernaar streeft om een leger te worden, organisatie nodig heeft. Zonder vaste discipline is er niets te bereiken, en zal het leger met zijn doel in het vizier bezwijken. Deze dicipline laat zich echter ook in legerkringen niet door gewelddadige middelen dwingen: daarvoor is nodig een sterke man, die de nodige geestdrift wekken kan, een man naar wien de harten zich toewenden, ook in weerwil van alles wat zijn vijanden planden. Opdat hij zijn krachten ten volle kan ontplooien, om niet op eigen houtje ondermaats te rotzooien, heeft hij alles behalve overbodig wel het onbeperkte vertrouwen van zijn vorst broodnodig, die aan hem zolang de oorlog duurt dan even de volle verantwoordelijkheid dient te geven. Een oorlog is echter altijd gevaarlijker als men denkt; iets gevaarlijks dat steeds schade en verwoesting met zich mee brengt.

 

Daarom mag men a) niet trachten via kromme wegen af te korten en zich b) alsdus niet lichtzinnig in een oorlog storten. Het is ermee als voor een giftige artsenij open te staan: men mag er slechts in het uiterste geval toe overgaan. Door een ervaren leider, die de juiste snaren raakt, moet het volk duidelijk worden gemaakt, dat de motieven gerechtvaardigd lijken en een oorlog dus het beste zou blijken, en dat er zoals het bovendien hoort een vastomlijnd en redelijk doel beoogd wordt met de oorlog die er aldus dreigt, inplaats dat de leiding steeds in zeven talen zwijgt. Alléén wanneer de oorlog, waaraan men zich overgeeft, een doorslaggevend doel daadwerkelijk heeft, waarvoor het volk dan wèlbewust ook bereid om te vechten is, ontstaat de eenheid die de vijand vloert; de kracht van de overtuiging, die naar de overwinning voert.

 

Maar de leider dient er tevens voor te zorgen, en daar waar nodig telkens te waarborgen, dat er in elk geval eerder recht dan slecht, met name dus in de opwinding van het gevecht en in de roes van de overwinning op vijandelijke lieden geen onrechtmatigheden geschieden, die een keer weer terug in de dan naoorlogse dagen de algemene goedkeuring niet zouden wegdragen. Rechtvaardigheid, standvastigheid gekoesterd in hoop zijn de allereerste voorwaarden voor een goede afloop.

 

HET BEELD

 

Binnen in de aarde schuilt ondergronds het water. Het beeld van het leger als in een onderaardse krater. De Grote Man voedt het volk steeds op tijd en behandelt hen met toegevendheid.

Het grondwater is onzichtbaar bezig, is in de schoot van de aarde aanwezig. Zo is ook de krijgsmacht van een volk onzichtbaar bezig en is als praktisch onwaarneembaar in zijn massa’s aanwezig. Zo wordt ook elke boer, zodra gevaar dreigt, tot soldaat, zet hij zijn ploeg opzij en grijpt tot vuur en zwaard en na het einde van de oorlog, als die hem niet de dood in joeg, keert hij dan weer terug achter zijn ploeg. Door grootmoedigheid (als op de weg van de witte wolk) wint men de liefde van heel het volk; onder een mild regime wordt het sterk en krachtig en wordt het leger groot en machtig. Een volk kan als krijgsmacht in de loop van de geschiedenis slechts dan iets betekenen als het economisch sterk(er) is.

 

Men moet derhalve, wil men die macht versterken, aan de bevordering van de algemene welstand meewerken en humaan regeren in héél het land. Alleen waar deze onzichtbare band tussen regering en volk aanwezig en van waarde, zodat het volk zich geborgen voelt als grondwater in de aarde, is het mogelijk zonder zinloos slachtoffers te plengen om een oorlog tot een zegevierend einde te brengen.