<< Click to Display Table of Contents >>

10. LU / HET OPTREDEN

 

           ▬▬▬▬▬▬▬     boven Tj’ièn, het Scheppende,

           ▬▬▬▬▬▬▬     de hemel in het heden

           ▬▬▬▬▬▬▬     Twéi, het Blijmoedige,

           ▬▬▬   ▬▬▬     het meer, beneden

           ▬▬▬▬▬▬▬  

           ▬▬▬▬▬▬▬    

 

Het Optreden betekent enerzijds erin te slagen zich telkens op de juiste manier weten te gedragen. Bovenaan is het de hemel, die hier de vader symboliseert, beneden de jongste dochter, door het meer gerepresenteerd.

Dat toont ook hier weer vandaag in Den Haag het onderscheid tussen hoog en laag, dat de grondslag vormt met iedere beweging voor de juiste manier van optreden in de samenleving. Optreden ― bijvoorbeeld met zeer rasse schreden ― kan echter ook betekenen: ‘op iets treden’. Hier is het zo, dat apert en concreet, het kleine, ‘Blijmoedige’, op het grote ‘sterke’ treedt. De bewegingsrichting lijkt daarbij niets goeds te beloven, want beide oertekens bewegen zich naar boven; met ander woorden als het ware non-stop gaan zij in dezelfde richting dus dezelfde kant op ― wat het sterke, al zijn macht en kracht ten spijt, zou kùnnen kwetsen naar verloop van tijd. Dat het sterke op het zwakke treedt, en daar dan verder geen aandacht aan besteed, is iets dermate vanzelfsprekends, is aldus dermate normaal, dat in het Boek der Veranderingen in geen enkele taal dit verschijnsel in het bijzonder wordt vermeld, daar dit in alle situaties geldt.

 

Het zwakke treedt op het sterke, maar gevaarlijk is dit hier niet, daar het steeds in blijmoedigheid, in vrolijkheid, geschiedt, en daar het tevens zonder aanmatiging geschiedt, daarom ergert zich de sterke ook niet, maar laat het zich goedmoedig welgevallen en geniet van des zwakken spraakwatervallen.

 

HET OORDEEL

 

               Op de staart van de tijger te treden wagen.

               Hij bijt de men niet. Welslagen.

 

De situatie is eigenlijk moeilijk, want men wordt gewaar: het sterkste en het zwakste zijn vlak bij elkaar. Het zwakke gaat als het ware op de tast achter het sterke aan en bezorgd het last. Maar het sterke laat het zich ― van vroeg tot laat ― welgevallen en doet het zwakke geen kwaad, want het contact is de moeite waard, namelijk blijmoedig en niet kwetsend van aard.

Er doen zich in het leven situaties voor, waarin men keu te maken krijgt met mensen uit een ander milieu. In zo’n geval is het gewenst om ervaren in zijn optreden steeds de goede toon te bewaren. Goede omgangsvormen met een aangenaam finesse hebben ook tegenover prikkelbare mensen succes.

 

HET BEELD

 

        Boven de hemel, beneden het meer: het beeld van

        het Optreden in de ideale sfeer. Zo onderscheidt de

        edele hoog en laag en versterkt zo de geest van het

        volk maar al te graag.

 

Hemel en aarde vertonen in des hemels wil een uit de aard van hun wezen voortvloeiend hoogteverschil, die daarom door geen enkel wanakkoord in waardigheid voor oord geenszins door jaloezie vertroebeld wordt. Zo moet er ook zonder enige trammelant onder de mensen verschil zijn in rang en stand. Zelfs door er onafgebroken over door te ouwehoeren, een algehele gelijkheid is onmogelijk door te voeren.

Het gaat er echter om, dat zoals door dwingelandij deze verschillende rangen in de menselijke maatschappij niet willekeurig als een smak tierelantijn en onrechtvaardig verdeeld mogen zijn, want dan zijn dus in een mum van tijd het gevolg naijver en klassenstrijd. Als de uiterlijke verschillen in rang echter per se door een innerlijke grond gerechtvaardigd zijn, dan hebben de mensen er vrede mee en de maatschappij komt in goede banen voor groot en klein.