<< Click to Display Table of Contents >>
11. TAI / DE VREDE
11.
▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬
Komt de hemel onder de aarde, Doet de vrede zijn intrede
Het Ontvangende, welks beweging opgeschoven nederwaarts gericht is, bevindt zich boven; het Scheppende, incluis al zijn mogelijkheden, welks beweging omhoogstijgt, is nu beneden. Hun invloeden en al hun esprit ontmoeten elkaar derhalve en zijn in harmonie, zodat alle wezens in alle contreien tot bloeien komen en prachtig gedijen. Het teken houdt op het vlak van de tijdstandaard verband met de eerste maand (Februari-Maart), waarin de krachten van de natuur zich weer laten verleiden de nieuwe lente voor te bereiden.
HET OORDEEL
De Vrede. Het kleine gaat heen, het grote komt naderbij. Heil! Welslagen! Men voelt zich frank en vrij.
Het teken duidt in de natuur op een tijd, waarin men wel zegt dat 'zo gezeid' in het verloop van deze fase tot algemeen verheugenis als het ware 'de hemel op aarde' is. De hemel, vlak voordat hij met de aarde versmelt, heeft zich reeds onder de aarde gesteld. Zo verenigen in dit tijdcircuit hun krachten zich in innige harmonie. Daardoor ontstaat vrede en zegen voor alle wezens, en hulp op al hun wegen. In de mensenwereld, anders de wereld van man en macht, is het nu een tijd van sociale eendracht. De hooggeplaatsten buigen over naar de 'ondermaatsen', de eenvoudige lieden en de laaggeplaatsten zijn de hooggeplaatsten vriendschappelijk gezind, zodat men vrede op aarde onder de mensen vindt. Want reageren de mensen niet langer als bezeten, maakt deze 'vredespolitiek' een eind aan alle veten.
Binnen, in in het centrum, op de doorslaggevende plaats, is het lichte; het donkere is buiten en niet meer tegendraads! Zo heeft het lichte een krachtige werking en het donkere blijkt meegaand. Op deze wijze zijn beide partijen gebaat. Zodra de goeden in de maatschappij een centrale positie innemen en de macht in handen hebben, komt het goede weer vrij in de mensen en in alle systemen, en vreugde en vrede vervullen de ether en worden ook de slechten onder zulk een invloed beter. Heerst in de mens het van de hemel komende gedachtengoed, dan komt ook de zinnelijkheid onder zijn invloed, en vindt zij de haar passende plaats, als het ware de plaats van de man des daads.
De afzonderlijke lijnen komen van beneden af het teken binnen en verlaten het van boven weer en zullen ooit opnieuw beginnen. De kleinen, de zwakken, de slechten zijn aldus hier aan het weggaan, aan het verdwijnen uit de cyclus, en de groten, de sterken, die aarzelen nog schromen, de goeden dus, zijn bezig om omhoog te komen. Dat brengt in deze maanden, weken en feestdagen, heil en welslagen en geen nederlagen.
HET BEELD
Hemel en aarde verenigen zich: Het beeld van de Vrede voor altijd en eeuwig. Zo verdeelt en voltooit, al naar gelang de waarde, De heerser de loop van hemel en aarde. Hij bestuurt en ordent zelf nog als bejaarde Alle gaven van de hemel en de aarde. En terwijl hij ageert, als het ware frank en vrij, Staat hij juist in deze tijd zo het volk(je) bij.
Over hemel en aarde een aantal opmerkingen: ze verkeren met elkaar en verenigen hun werkingen. Deze krachtstroom (door het lot bezegeld) moet door de opperheer der mensen worden geregeld. Dat dit het beste door indeling geschied is iets, dat ook Het Boek der Veranderingen zo ziet! Zo wordt dus de eenvormige tijd goed aangelengt dan overeenkomstig de verschijnselen die hij teweegbrengt, door de mens in jaargetijden ingedeeld, en de ongedifferentieerde ruimte als het ware spiegelbeeld door menselijke bepalingen in zulke tijden in de ons bekende windstreken onderscheiden.
Op deze wijze wordt precies zoals bedoeld de natuur met haar overweldigende overvloed van verschijnselen desgewenst bedwongen en begrensd. Aan de andere kant moet, door veredeling en aan te lengen, de natuur worden ondersteund bij haar voortbrengen. Dat geschiedt, wanneer de vakman, de juiste man des daads, de voortbrenselen aanpast aan de juiste tijd en de juiste plaats. Daardoor wordt de natuurlijke opbrengst verhoogd, waarmee men dan bereikt wat men in dit verband beoogd. Deze activiteit, die de natuur bedwingt en helpt, begrensd en efficienter maakt, maar niet met kunstmest overstelpt, is het werken aan de natuur, dat de mens ten goede komt, als hij de vruchten van zijn samenwerking ten slotte samendromt. |