<< Click to Display Table of Contents >>

12. PI / DE STILLSTAND

 

          ▬▬▬▬▬▬▬                  boven Tj’ien, het Scheppende,

          ▬▬▬▬▬▬▬                  de hemel (aan de buitenkant)

          ▬▬▬▬▬▬▬                  K’oen, het Ontvangende,

          ▬▬▬    ▬▬▬                  de aarde (beneden)

          ▬▬▬    ▬▬▬                  als het jaar zijn hoogtepuntpunt

          ▬▬▬    ▬▬▬                  heeft overschreden

 

Het teken is nu precies het buitensporige tegenovergestelde van het vorige. De hemel boven trekt zich vliegensvlug steeds verder stug op zichzelf terug. De aarde beneden zinkt in haar val steeds verder weg in de diepte van het al. De scheppende krachten hebben geen contact en overal is het de tijd van stilstand en verval. Het teken hoort aldus bij de zevende maand (Augustus-September) als het jaar weer taant, zijn hoogtepunt heeft overschreden en mettertijd het herfstachtige welken wordt voorbereid.

 

HET OORDEEL

 

De Stilstand. Slechte mensen zijn in deze tijd niet bevorderlijk voor de edele respectievelijk diens standvastigheid. Het grote gaat nu heen, het kleine komt naderbij met zijn bepiepelende bepalingen, zijn hele volksverlakkerij.

 

Hemel en aarde zijn aan het harrewarren, hebben geen contact met elkaar, en alle dingen verstarren. Er is nu geen wisselwerking tussen hoog en laag, verwarring en wandorde heerst tot en met ‘Den Haag Vandaag’. Binnen is het donker, houdt zich op de vlakte, en het lichte is buiten. Binnen is zwakte, buiten is hardheid. Binnen zijn de gemenen, de edelen zijn buiten om hun hulp te verlenen. Maar de gemene met al hun wensen en dromen en hun mentaliteit, is aan het opkomen, die van de edelen, die nu niet zal welven, is zodoende bezig het onderspit te delven. Maar de edelen laten zich zelf door de gemeenste krengen niet van hun principes afbrengen. Als ze niet meer de gelegenheid hebben hun invloed uit te oefenen, daar deze bezig weg te ebben, trekken ze zich bij voorkeur vliegensvlug in de verborgenheid terug en blijven ondanks alles, ondanks alle verzinselen, ook in stagnatie-tijden trouw aan hun beginselen.

HET BEELD

 

Hemel en aarde verenigen zich niet; Het beeld van de stilstand op positief gebied. Zo trekt de edele zich, heerst deze tijd op aarde, terug op zijn innerlijke waarde. Hij doet dit om a) de plank niet mis te slaan en b) alle moeilijkheden der tijd te ontgaan. Hij laat zich niet door toelagen eren en vermijdt met woord- en rechtsverdraaiers te verkeren.

 

Als er tengevolge van de invloed van de gemene man in het openbare leven geen vertrouwen meer heersen kan, is het onmogelijk vruchtbaar werk te verrichten, daar de grondslag niet deugt, dus onheil zal stichten. Daarom weet de edele (heerst eerst een dergelijk klimaat) wat hem onder zulke omstandigheden te doen en laten staat. Hij laat zich niet (door schitterende aanbiedingen verlamd) verleiden tot het bekleden van een openbaar ambt. Dat zou voor hem, ook op eigen terrein, enkel en alleen maar gevaarlijk zijn, daar hij zelf als wereldkampioen aan de gemeenheid der anderen niet kan mee doen. Daarom verbergt hij zijn waarde ter tijd en trekt zich terug in de verborgenheid.