<< Click to Display Table of Contents >>
16. DE GEESTDRIFT / JU
▬▬▬ ▬▬▬ boven Tsjen, het Opwindende, ▬▬▬ ▬▬▬ de donder in casu ▬▬▬▬▬▬▬ beneden K’oen, het Ontvangende, ▬▬▬ ▬▬▬ de aarde en haar hemisferen, ▬▬▬ ▬▬▬ zo maakten de oude koningen muziek ▬▬▬ ▬▬▬ om de verdiensten te eren
De sterke lijn vindt naar boven en benedenwaarts, en hier verkerend in een 'topconditie' op de vierde plaats, de plaats van de ambtenaar in een leidende positie, bij alle de andere lijnen (met slechts een zwakke conditie) in deze van geestdrift vervulde tijd zowel welwillendheid als ook gehoorzaamheid. Het bovenste teken 'Tsjen' is rap en heeft de beweging als hoofdeigenschap, het onderste ‘Koen’ (de aarde en haar have) de gehoorzaamheid, de overgave. Een buitengewoon bezielende beweging begint, die meeslepend werkt en die overgave vindt en in haar gevolg steeds meer aan enthousiasme wint. Van groot belang is verder de wet van de beweging langs de lijn van her minste verzet, beter bekend in Nederland als langs de lijn van de geringste weerstand. Deze wordt in dit teken omschreven als wet voor het gebeuren in de natuur en in het mensenleven.
HET OORDEEL
De Geestdrift. Bevorderlijk is het, als het gaat lukken, Helpers aan te stellen en legers te laten oprukken.
De tijd van de geestdrift steunt op het feit, dat er binnen deze dynamische tijd een man van betekenis is, die subtiel voeling weet te houden met de volksziel en daarmee in overeenstemming handelt en alle triestigheid en treunis in geestdrift omwandelt. Daarom vindt hij, al het oude zeer ten spijt, overal gewillige gehoorzaamheid. Voor het wekken van geestdrift en diens geestelijke kick is het dan ook noodzakelijk, dat men zich met zijn beschikkingen bescheiden richt naar de aard dergenen, die men wil leiden.
Op deze regel, te weten die aanhand van de beweging langs de lijn van de minste weerstand, berust de nimmer stop te zetten onverbrekelijkheid der naturwetten. Ze zijn niet iets buiten de dingen der omgeving, maar de aan de dingen immanente harmonie van de beweging. Daarom wijken er in dit bestaan de hemellichamen niet af van hun baan en voltrekt te allen tijde uiteraard elk gebeuren in de natuur zich met vaste regelmaat. Zo liggen de dingen in de natuurlijke omgeving, maar ook in de menselijke samenleving. Ook hier zal men voor een liefelijk vallen van de snoeren slechts die wetten kunnen doorvoeren, welke in het volksbewustzijn wortelen, terwijl wetten, waartegen zich de volksziel terecht tracht te verzetten, die tegen dit gevoel blijken in te druizen, omdat men de massa’s massaal erin tracht te luizen, slechts verbittering wekken en weerstand kweken en altijd zal men trachten zulke wetten te breken.
De geestdrift maakt ook mogelijk met hele korte metten voldoende helpers aan het werk te zetten om de werken tot stand te brengen, zonder dat in dezen men geheime tegenwerkingen zal hebben te vrezen. De geestdrift is het ook, die massabewegingen, gelijk in de oorlog, zulk een eenheid vermag te geven, die niet meer in staat lijkt ooit nog te falen, dat ze de overwinning behalen.
HET BEELD
De donder komt fel uit de aarde opklinken. Het beeld van de Geestdrift die niet zal slinken. Zo maakten de oude koningen ludiek om de verdiensten te eren heilige muziek. Zij wijdden haar als een heerlijke offerande aan de hoogste God in den lande en nodigden hun voorvaderen daarbij uit, om mee te genieten van het heilige geluid.
Als de donder, de elektrische kracht, in het begin van de zomer niet geheel onverwacht weer uit de aarde tevoorschijn komt ruisen en de hemel na het openen van al zijn sluizen met het eerste onweer de natuur weer verfrist, lost zich een lange spanning op en verdwijnt zeer beslist. Als op ‘de weg van de witte wolk’ zijn verlichting en vreugde ervan het gevolg. Zo bezit ook de muziek de geheimzinnige macht om de spanning in het hart, oftewel de kracht der sombere gevoelens te verbreken, het enthousiasme keert terug en doet weer van zich spreken. De geestdrift van het hart uit zich naar gelang onwillekeurig in schallend gezang, in dans en in ritmische beweging van het lichaam als uitermate aangenaam. Van oudsher werd in iedere kring de onzichtbare klank met zijn bezielende werking, die de harten der mensen ― goed bedoeld ― beweegt en verenigt, als een raadsel gevoeld.
De heersers maakten met magnifieke akoestiek gebruik van deze natuurlijke neiging voor de muziek. Ze gaven haar als een vaste gast een eervolle plaats en stelden er regels voor vast. De muziek gold als iets ernstigs en heiligs in die tijd, ze moest de gevoelens der mensen reinigen door haar zuiverheid. Ze moest de deugden der helden prijzen of vermelden, en zo een brug slaan naar de Eeuwige Jachtvelden, de bovenzinnelijke wereld der voorouders en helden. In de tempel nadert men de Godheid wel met muziek en gebarenspel (daaruit ontwikkelde zich dan later de acteur en het theater). De religieuze gevoelens, die men cultiveert, ten opzichte van de Schepper van de wereld werden steeds verenigd met de ontboezemingen van de heiligste menselijke aandoeningen: de gevoelens van eerbied jegens de voorvaderen, die men in religieuze extase trachtte te benaderen.
Deze laatsten werden uitgenodigd vanuit hun hoge kringen tot bijwoning dezer godsdienstoefeningen als gasten naast de Heer des Hemels te tronen en als vertegenwoordigers der mensheid in die hogere regionen. Terwijl zo het eigen verleden voor even verheven met de Godheid werd verweven door middel van een bovenzinnelijke fase in plechtige momenten van religieuze extase, werd de band voor het tij was gekeerd tussen Godheid en mensheid geconsolideerd. De heerser, die in deze dagen regeerde en die in zijn voorouders de Godheid vereerde, was daardoor de Zoon de Hemels, in wie tezamen de hemelse en aardse wereld in mystieke contact met elkaar kwamen. Deze gedachten zijn als ‘de Chinese muur’ de laatste en hoogste samenvatting van de Chinese cultuur.
Confucius zelf pakte eens zijn koffer, bezocht ― en zei van het grote offer, waarbij het ritueel, gelijk men voor de Godheid knield, deze gebruiken in ere hield: ‘Wie dit offer volkomen begrijpt, die zou de wereld kunnen regeren, als wentelde die zich rond op de palm van zijn hand, beste dames en heren. |