<< Click to Display Table of Contents >>
17. HET NAVOLGEN / SWÉI
▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬
Boven Twéi, het Blijmoedige, het meer oftewel Twéi. Beneden Tsjen, de donder. Zo gaat de edele bewust avonds naar huis voor ontspanning en rust.
Boven is in de loop van de gebeurtenis het Blijmoedige, welks karakter de vreugde is, beneden het Opwindende, waarvan gewis: dat zijn karakter de beweging is. Gaat de vreugde eerst met beweging hand in hand leidt dit tot navolging en schept dus een band. Het Blijmoedige is hier heel gewoon de jongste dochter, het Opwindende, de oudste zoon. Een oudere man die zijn zegeningen telt en zich onder een jong meisje stelt en vervolgens op de keper beschouwd rekening met haar verlangens houdt. En omdat hij haar wensen niet van tafel veegt is dit reden dat hij haar tot navolging beweegt.
HET OORDEEL
Het Navolgen heeft verheven welslagen. Bevorderlijk is het zich standvastig te gedragen. Geen blaam.
Om te bereiken, dat men in alle klassen wordt nagevolgd, zal het amper verrassen, dat men zich eerst zelf moet weten aan te passen, in plaats van steeds te dreigen dat een ander op moet krassen. Niet door te trachten de ander(en) af te persen: slechts door dienen komt men tot heersen: want slechts op deze wijze krijgt men zonder stremming van de lagergeplaatsten de blijde instemming, die noodzakelijk is, opdat zij niet verbolgen, maar in de geest van het teken na zullen volgen. Wie met list of geweld, door samenzwering in bepaalde kringen of partijvorming navolging tracht af te dwingen, stoot altijd op weerstand in een kil klimaat, die het bereidwillig navolgen in de weg staat.
Blijmoedige beweging moet echter pertinent vermijden dat zij tot verkeerde gevolgen gaat leiden. Daarom wordt er ook duidelijk genoeg als voorwaarde eraan toegevoegd: 'Bevorderlijk is standvastigheid', dat wil zeggen volharding in het goede en 'Geen blaam' (op te leggen). Evenals men zelf alleen op deze voorwaarde navolging mag verlangen hier op aarde, mag men anderen ook slechts in de loop der tijden op deze voorwaarde volgen, wil men geen schade lijden. Het denkbeeld van navolging onder aanpassing aan dat, wat de tijd verlangt, is niet zomaar iet of wat, maar groot en belangrijk en zijn tijd ver vooruit, vandaar dat het bijgevoegde oordeel dan ook zo gunstig luidt.
HET BEELD
Binnen in meer bevindt zich de donder: Beeld van het Navolgen, zonder een ‘erop of eronder’. Zo keert de edele tegen de tijd der avondschemering bewust naar huis terug voor ontspanning en rust.
In de herfst trekt zich heel bewust de electriciteit weer in de aarde terug en rust. Hier is men aldus tot de conclusie gekomen: de donder inmidden van het meer is als beeld genomen. Niet de donder in beweging, maar heel bewust de donder van de winterrust. Navolging volgt uit dit beeld wijd en zijd in de zin van aanpassing aan de eisen van de tijd. De donder te midden van het meer wijst zeer gewis op tijden van rust en duisternis. Zo gunt zich de edel in deze geest, nadat hij overdag onvermoeibaar bezig is geweest, gedurende de nacht rust en verkwikking in het kader van een natuurlijke ontwikkeling. Want elke situatie wordt eerst dan goed (spreek: volwassen), wanneer men er zich aan vermag aan te passen en zich niet ploeterend als jan met de pet afmat door verkeerd verzet. |