<< Click to Display Table of Contents >>

19.  LIN / DE TOENADERING

 

          ▬▬▬   ▬▬▬   boven K’oen, het Ontvangende, de aarde

          ▬▬▬   ▬▬▬   de onmetelijke vlakte

          ▬▬▬   ▬▬▬   van de levensvoorwaarde

          ▬▬▬   ▬▬▬   beneden Twéi, het meer, het Blijmoedige

          ▬▬▬▬▬▬▬   het nomen, waar al het leven

          ▬▬▬▬▬▬▬   uit voort is gekomen

 

Wint men dit negentiende hoofdstuk in, dan blijkt er dat het Chinese woord Lin, zoals weleens vaker voorkomt in een taal die leeft, een dusdanige reeks betekenissen heeft, die, zonder onze taal te willen onderschatten, onze toch nimmer in één enkel woord kan samenvatten. De oude verklaringen, zoals die in het I Ching staan, geven als eerste betekenis ‘groot worden’ aan. Wat groot wordt zijn de beide sterke lijnen die hier van onderen af in het teken verschijnen. Of om de exacte betekenis te bemoeien: die van onderen af in het teken ingroeien. Deze beide lijnen gaan dusdanig vooruit, dat het I Ching zegt: Met hen breidt de lichte kracht zich uit. Van daaruit richt de gedachte zich dan op het begrip van de toenadering in het grote plan, en wel van de toenadering van het sterke, hogerstaande, naar het lagere en al het lagere aangaande.

 

Het betekent verder, als op de weg van de witte wolk, het overbuigen van een hogere naar het volk, en ten slotte het aanpakken van zijn eigen zaken, zonder daarbij van de wijs te geraken. Het teken hoort in zijn categorie bij de twaalfde maand (Januari-Februari), als na de zonnestilstand de betekenis van de lichte kracht weer aan het opkomen is.

 

HET OORDEEL

 

    De Toenadering heeft verheven welslagen.

    Bevorderlijk is standvastigheid diep in het hart te dragen.

    Komt de achtste maand, komt er een einde aan het heil.

    Dat betekent uiteindelijk onheil op elk peil.

 

Het teken als geheel wijst op een vrolijk voorwaarts dringen, op een tijd van vooruitgang vol blijde verwachtingen. De lente nadert. Vreugde en ziedaar(!) inschikkelijkheid brengen hoog en laag steeds nader tot elkaar. Het succes is verzekerd! Dit blijkt een machtig feit. Alleen is het met name in de lentetijd nodig om vastberaden en volhardend te arbeiden om ten volle te profiteren van de gunst der tijden. En nog iets: aan verandering onderhevig duurt ook de lentetijd niet eeuwig. Vandaar ook dat dit hoofdstuk leert: In de achtste maand zijn de aspecten omgekeerd. Dan zijn er dus nog net maar enigszins pover twee sterke, lichte lijnen over, die echter niet (zie het volgende teken) aan het opkomen zijn, maar in terugtrekken steken. Aan deze omslag dient men bijtijds te denken en er de nodige aandacht aan te schenken.

 

Als men zó het kwade tegemoet treedt, nog voordat het zich manifesteert, ja zelfs nog voordat het in werking is getreden, dan wordt men het de baas en er niet door domineert.

 

HET BEELD

 

        Boven het meer heeft zich de aarde opgebouwd:

        Het beeld van de Toenadering zonder voorbehoud.  

        Zo is de edele onuitputtelijk in zijn wens

        Te onderrichten en accepteert hij geen grens

        Op zijn weg ‘de weg van de witte wolk’

        In het verdragen en beschermen van het volk.

 

De aarde grenst van bovenaf aan het meer, dat is dus het beeld van de zich ieder voorjaar weer ontwikkelende toenadering en het overbuigen van een hooggeplaatste naar de lagerstaanden. Uit de beide delen van het beeld en hun tendensen blijkt zijn gedrag ten opzichte van deze mensen. Gelijk de zee onuitputtelijke diepte vertoont, net zo is ook de wijze die op aarden woont onuitputtelijk in zijn bereidwilligheid, de mensen te onderrichten met beleid; en gelijk de aarde onbegrensd gewaarborgt alle gods schepselen draagt en verzorgt, zo verdraagt ook de wijze de mensen en zorgt hij voor hen, zonder door grenzen van welke aard ook tegen hun borst te stuiten enig deel van de mensheid uit te sluiten.