<< Click to Display Table of Contents >>
20. KWAN / DE BESCHOUWING (DE AANBLIK)
▬▬▬▬▬▬▬ boven Soen, het Zachtmoedige, ▬▬▬▬▬▬▬ de wind waait klaaglijk ▬▬▬ ▬▬▬ beneden K’oen, het Ontvangende, ▬▬▬ ▬▬▬ de aarde ▬▬▬ ▬▬▬ de grote man laat een ieder ▬▬▬ ▬▬▬ in zijn eigen waarde
De Chinese naam van het teken heeft niet alleen voor een leek onder leken met een lichte verandering, een hele kleine sis, van de klemtoon een dubbele betekenis: enerzijds wordt het in zijn gewone stramien als een schouwen of beschouwen gezien, anderzijds betekent het al gauw het gezien worden, het voorbeeld, show en de schouw. Deze gedachten worden gesuggereerd door de omstandigheid, dat het teken zelfs nog in de tegenwoordige tijd zich als het beeld van een toren laat beamen, zoals deze in het oude China vaak voorkwamen. Van zulke torens had men allicht naar alle kanten een wijd uitzicht, en omgekeerd was zulk een exemplaar, zulk een toren op een berg, van verre zichtbaar. Zo duidt dit teken dan ook een heerser aan, die naar boven de wet van de hemel zal gadeslaan, en naar beneden als een man van formaat de zeden van het volk opmerkzaam gadeslaat, en die met zijn goede regering gewis een verheven voorbeeld voor de massa is.
Het teken hoort bij de achtste maand (September-Oktober) als het jaar weer taant. De lichte kracht trekt zich nu vlug, terwijl de donkere opkomt, weer terug, doch dit aspect heeft noch part noch deel bij de interpretatie van het hexagram als geheel.
HET OORDEEL
De Beschouwing (Contemplatie). Men betracht. De wassing is geschied, maar het offer is nog niet gebracht. Vol vertrouwen en tiptop zien zij non-stop naar hem op.
De offerhandeling in China begon met een wassing der groepen en dan een plengoffer, waardoor de godheid werd aangeroepen. Na deze beide korte episoden werden dan de offers aangeboden. Het tijdstip als het veiligste tussen de beide handelingen is het heiligste, het ogenblik van contemplatie van de hoogste innerlijke concentratie. Als de vroomheid van dit gebeurtenis vol oprecht geloof in god is, zal de aanblik daarvan zelfs op de lange termijn op hen, die er getuige van zijn, niet alleen maar de kracht van het geloof onthullen, maar transformerend werken en hen met eerbied vervullen.
Zo ziet men in de natuur inderdaad een heilige ernst in de regelmaat waarmee op alle de natuurlijke plekken alle natuurverschijnselen zich voltrekken. De beschouwing van de goddelijke Zin van het wereldgebeuren doet de man, die niet te min, maar geroepen is om wijd en zijd invloed uit te oefenen op de mensheid, de middelen aan de hand om daarmee door te dringen tot het teweeg brengen van dezelfde werkingen. Daarvoor is nodig een innerlijke concentratie, zoals de religieuze contemplatie die teweegbrengt in mensen die niet bekrompen en stokdoof, maar groot zijn en sterk in hun geloof.
Daardoor verkrijgen zij een inzicht in alle de facetten van de geheimzinnige, goddelijke levenswetten, en weten ze deze dank een aangeboren gratie door de hoge ernst van hun innerlijke concentratie op de juiste ogenblikken in hun eigen persoonlijkheid te verwezenlijken. Zo gaat er van hun aanblik plots als een weeromstuit een geheimzinnige geestelijke kracht uit, die op de mensen werkt, hun angsten versterkt en hen vervolgens op een wijze onderwerpt, zonder dat ze zich ervan accuraat bewust worden hoe dat in zijn werk gaat.
HET BEELD
De wind waait over de aarde: het beeld van het Schouwen. Zo bezochten de oude koningen met al hun getrouwen de streken van de wereld om het volk te beschouwen en in de naam van de koninklijke wet onderrichtten ze het.
Als de wind vanuit het heelal pal over de aarde waait, komt hij overal, en op klaarlichte dag of in het holst van de nacht het gras moet zich buigen voor zijn macht. Deze beide processen vinden in alle windstreken hun doorlopende bevestiging in dit teken.
Ze werden in werkelijkheid tot een voldongen feit in de instellingen van de koningen van de oudheid, die enerzijds door geregelde reizen een blik op hun volk op konden eisen, waarbij er niets tijdens dit gebruik van hun faam van wat als zede in het volk leefde hun kon ontgaan, en die daarbij anderzijds hun invloed met behulp van bezwaren gebruikten om de zeden te veranderen, die niet juist waren.
Het geheel wijst als een machtig feit op de macht van een superieure persoonlijkheid. Zulk een persoonlijkheid, die zich niet af laat schrikken, zal over een helder inzicht beschikken in de werkelijke gevoelens van de lomperiken en de grote massa die dom zit te grinniken, zodat men hem noch kan beliegen, noch hoe dan ook zal kunnen bedriegen; anderzijds zal hij in elke gang van zaken door zijn tegenwoordigheid alleen al zulk een indruk op hen maken, dat ze zich naar hem zullen richten zoals het gras altijd weer voor de de wind zal zwichten |