<< Click to Display Table of Contents >>

HOOFDSTUK 22. PI / DE BEKOORLIJKHEID

 

   ▬▬▬▬▬▬▬         boven Ken, het Stilhouden,

   ▬▬▬    ▬▬▬         de berg in zijn enormiteit

   ▬▬▬    ▬▬▬         beneden Li, het Hechtende,

   ▬▬▬▬▬▬▬         het vuur, dat de berg verlicht

   ▬▬▬    ▬▬▬         aan wettelijke aangelegenheden

   ▬▬▬▬▬▬▬         is men nauwkeurigheid verplicht

 

 

Het teken toont een vuur, dat plots ontsteekt, uit de geheime diepten van de aarde te voorschijn breekt en dan oplaaiend de berg, de hemelse hoogte, verlicht en verfraait, zoals de hemel het wel beoogde. De bekoorlijkheid, de schone vorm en haar vertedering is onmisbar bij elke vereniging, opdat ze ordelijk en aantrekkelijk wordt, niet chaotisch en rommelig en/of ontspoord.

 

HET OORDEEL

 

Bekoorlijkheid heeft welslagen te claimen.

 In het klein is het bevorderlijk, iet- of wat te ondernemen.

 

Bekoorlijkheid brengt in elk proces vrijwel te allen tijde succes. Zij is echter niet het wezenlijke, niet de grondslag, ze vormt slechts het ornament, niet het werkelijke gezag. Daarom mag ze dus, fragment voor fragment, slechts spaarzaam, in het klein worden aangewend. In het onderste teken ― Vuur, licht, glooi ― treedt een weke lijn tussen twee sterke en maakt ze mooi.

De sterke lijnen echter zijn het wezen, vormen de norm, de zwakke lijn is de verfraaiende vorm. In het bovenste teken  — Berg ―  treedt b(l)its de sterke lijn beslissend aan de spits, zodat ze dan ook hier zonder wanakkoorden als toonaangevend beschouwd dient te worden. In de natuur ziet men aan de hemel het sterke licht van de zon. Op haar berust het leven van onze wereld, sinds dit begon. Maar dit sterke, wezenlijke, wordt getransformeerd en vindt bekoorlijke afwisseling door maan en sterren gevoileerd.

 

In het mensenleven, zo vertoont de ervaring, bestaat de schone vorm juist daarin, dat er op elke punt in de levensbaan als bergen vaststaande, sterke ordeningen bestaan, welke door de stralende schoonheid geraakt daardoor meer en meer aantrekkelijk worden gemaakt. De waarneming met behulp van geschoolde ogen van de vormen aan de hemel verleent het vermogen, de tijd in zijn steeds wisselende eisen te begrijpen in plaats van de kat in het donker te knijpen. De waarneming der vormen in het mensenleven verleent de mogelijkheid, de wereld een vaste vorm te geven.

 

Opmerking: Het teken toont de rustende schoonheid: buiten stilte en binnen klaarheid. Dat is de rust van de reine contemplatie. Veraf van alle spanning en sensatie. Als de begeert zwijgt, de wil tot rust kan keren, dan zal de wereld zich als voorstelling manifesteren. Als zodanig is zij schoon, ontdaan van elk juk, en aan de strijd om het bestaan ontrukt. Dat is de wereld van de kunst. Maar door louter contemplatie-kracht wordt de wil niet definitief tot rust gebracht. Hij zal weer ontwaken, en al het schone blijkt dan steeds slechts een voorbijgaand verheffend moment te zijn geweest. Daarom is het dan ook een machtig feit: dit is nog niet de eigenlijke weg, die naar de verlossing leidt.

 

HET BEELD

 

Beneden aan de berg ziet men een vuurtje branden. Het beeld van de bekoorlijkheid; ook in den Nederlanden. Zo gaat de edele, zonder dooddoenders te slaken, te werk bij de opheldering van de lopende zaken, maar hij waagt het niet om in het troebel te vissen, en op deze wijze strijdvragen te beslissen.

 

Het vuur, welks schijn in de ruimte geraakt, de berg verlicht en bekoorlijk maakt, straalt niet op grote afstand of enorm. Zo is een bekoorlijke vorm wel geschikt om met rasse schreden minder belangrijke aangelegenheden op te vrolijken en te verlichten, maar belangrijke kwesties kan men er niet mee verrichten. Zij allen kunnen ook koste wat het kost niet op deze wijze worden opgelost.