<< Click to Display Table of Contents >>
25. WOE WANG / DE ONSCHULD (HET ONVERWACHTE)
▬▬▬▬▬▬▬ boven Tj‘ièn, het Scheppende, ▬▬▬▬▬▬▬ de hemelse krachten ▬▬▬▬▬▬▬ beneden Tsjen, ▬▬▬ ▬▬▬ het Opwindende, de donder ▬▬▬ ▬▬▬ wie nu het rechte pad verlaat ▬▬▬▬▬▬▬ gaat daaraan ten onder
Boven Tj'ièn, de hemel, beneden Tsjen, beweging. Het beeld van de onschuld en haar regelgeving. Het onderste teken, Tsjen, wordt bepaald door de sterke lijn, die van boven, van de is hemel neergedaald. Als dienovereenkomstig als op ‘de weg van de witte wolk’ de beweging de wet van de hemel volgt, is de mens die aldus zijn tijd bijdt geheel onschuldig en zonder valsheid. Dat is het echte, natuurlijke zonder vertroebelingen door sluw overleg of heimelijke bijbedoelingen. Waar men de opzet opmerkt, daar is de waarheid eraan-, de natuurlijke onschuld verloren gegaan. Natuur die in haar kille realiteit niet tegelijkertijd door de geest wordt geleid, is geen ware, maar feitelijk puur gedegenereerde natuur. De gedachte van het natuurlijke wordt dan bezonnen gedeeltelijk nog verder uitgesponnen; zodoende omvat het hexagramm ook nog de gedachte van de voorstelling van het toevallige, het onverwachte.
HET OORDEEL
De Onschuld. Verheven welslagen in deze tijd. Bevorderlijk is standvastigheid. Als iemand binnen een bepaald domein Niet is zoals hij behoorde te zijn, Dan heeft hij ongeluk, en is het nota bene Voor hem niet bevorderlijk Wàt dan ook te ondernemen.
De mens heeft van de hemel zijn gedegen oorspronkelijk goede natuur gekregen als leidstar bij alles wat hij doet. Door zich over te geven aan dit goddelijke goed dat in hem leeft met engelengeduld, verkrijgt de mens een loutere onschuld, die, zonder heimelijk te speculeren op beloning en-of persoonlijk voordeel incasseren, eenvoudig met instinctieve zekerheid het juiste doet op de juiste plaats en tijd. Deze instinctieve zekerheid bewerkt mettertijd verheven welslagen wijd en zijd en is steeds bevorderlijk door standvastigheid. Doch niet àl het instinctieve is natuur, in deze hogere zin des woords is dit op den duur; alleen het goede, dat zonder gemis met de wil van de hemel in harmonie is. Anders bewerkt een onoverlegde instinctieve handeling slechts ongeluk en het slechte.
Confucius zegt hierover: Wie van de onschuld afwijkt, waar komt die terecht? En wat is nog het nut van al hetgeen hij zegt? Hij bewandeld het pad der kromme paden en des hemels wil en zegen rusten niet meer op zijn daden.
HET BEELD
Zo boven, zo onder. Onder de hemel rolt de donder. Alle dingen verkrijgen probaat de staat van de Onschuld, hun natuurlijk staat. Zo verzorgden en voedden de oude koningen, rijk aan deugd, in harmonie met de tijd, alle wezens verheugd.
Als de donder onder de hemel ― de levenskracht ― prompt in het voorjaar weer in beweging komt, dan ontluikt en groeit elke creatuur, en alle schepselen krijgen van de scheppende natuur de kinderlijke onschuld van het oorspronkelijke wezen, met andere woorden: ze worden genezen. Zo doen ook de goede heersers van de mensheid: uit de innerlijke rijkdom, die hun wezen begeleidt, zorgen ze voor nu en op den duur voor al het leven en alle cultuur, en doen ze alles wat wijd en zijd hiervoor nodig is op de juiste plaats en tijd. |