<< Click to Display Table of Contents >>

27. I / DE MONDHOEKEN (DE VOEDING)

 

   ▬▬▬▬▬▬▬     boven Ken, de berg, die

   ▬▬▬     ▬▬▬     stilstaat vol voldoening

   ▬▬▬     ▬▬▬     beneden Tsjen, het Opwindende,

   ▬▬▬     ▬▬▬     de donder

   ▬▬▬     ▬▬▬     het beeld toont een mond

   ▬▬▬▬▬▬▬     met lippen boven en onder

 

Dit teken toont duidelijk de beeltenis van een mond die wijd geopende is: boven en beneden de vaste lippen op de voorgrond met daartussengelegen de opening van de mond. Van het beeld van de mond en het gegronde vermoeden, dat men daardoor de spijzen opneemt om zich te voeden, gaat de gedachte als een rode draad op de voeding zelf over uiteraard. In de drie onderste lijnen wordt dan onbevooroordeeld de eigen, en wel lichamelijke, voeding uitgebeeld: in de drie bovenste lijnen daarentegen is de voeding en de verzorging der anderen gelegen, speciaal op geestelijk – hoger – niveau, met de nodige animo.

 

HET OORDEEL

 

De Mondhoeken. Standvastigheid brengt heil. Kijk goed naar het voedsel en neem tevens het peil van alle die dingen in acht waarmee iemand zelf zijn mond te vullen tracht.

 

Bij het verschaffen van verzorging en voeding dient men uit te kienen, dat de zorg ten goede komt van degenen, die het verdienen, en in plaats dat men voortdurend boterhammen naar binnen worgt, voor zijn eigen voeding op de juiste wijze zorgt. Als men iemand in alle facetten wil leren kennen, hoeft men er maar op te letten, aan wie hij zijn zorgen en zijn aandacht schenkt en welke kanten van zijn eigen wezen hij tot ontwikkeling brengt.

De natuur voedt alle wezens in de loop van haar geschiedenis. De grote man verzorgt en voedt de mensen van betekenis, om door hen voor alle mensen te zorgen en zo een goede gang van zaken te waarborgen.

 

Meng-tse VI A 14 zegt hierover:

 

Als men wil weten of iemand zich verheugd in een zekere bekwaamheid of eigenlijk tot niets deugt, hoeft men maar te letten op een enkele hint, welk deel van zijn wezen hij bijzonder belangrijk vindt. Het lichaam heeft edele en onedele, belangrijke en onbelangrijke delen. Men mag ook als men in weelde kan baden ter wille van het onbeduidende het belangrijke niet schaden, en ter wille van het onedele door gebrek aan fatsoen nimmer het edele te kort gaan doen. Wie aan de onbeduidende delen van zijn wezen zorg besteedt, is zelf onbeduidend, ook al lijkt hij up to date. Wie aan de edele delen van zijn wezen zijn zorgen wijdt, is een edel mens. Ook dit is aldus een machtig feit.

 

HET BEELD

 

Beneden aan de berg is nu de donder: het beeld van de voeding in het bijzonder. Zo slaat de edele te allen tijde alleroorden in het bijzonder acht op zijn woorden, en hij is matig in eten en drinken zonder op twee gedachten te hinken met andere woorden van alle walletjes te vreten onder het mom van een ‘genieten’ van het eten.

 

‘God treedt tevoorschijn in het teken van de Opwinding’. Zo staat het in het Boek der Veranderingen. Als in de lente de levenskrachten weer in actie komen, en door alle dingen nieuw leven blijft stromen, ontstaan alle dingen zonder genetisch geknoei alvolgens hun eeuwige patronen opnieuw. ‘Hij voleindingt in het teken van het Stilhouden.’, zonder daarbij inne te houden. Zo worden zodra de nieuwe lente ontwaakt, als de zaden ter aarde vallen, alle dingen gereed gemaakt. Dat geeft het beeld van de voeding in de aard zoals die door beweging en stilte ontstaat. De edele neemt dat met de beste bedoeling tot voorbeeld voor de zorg voor zijn karakter en de voeding. De woorden zijn beweging die als praat van binnenuit naar buiten gaat, eten en drinken is uiteraard beweging, die van buiten naar binnen gaat.

 

Beide soorten van beweging moet men te allen tijde door stilte matigen en overdaad vermijden. Zo bewerkt de stilte, dat al is die te snijden de van de mond uitgaande woorden de maat niet overschrijden en dat ook de door de mond op de juiste tijd binnenkomende voeding de maat niet overschrijdt. Hierdoor wordt danig gefundeerd het karakter gevormd en geprolongeerd.