<< Click to Display Table of Contents >>

29. K'AN / HET WATER

 

                    29.

 

      ▬▬▬    ▬▬▬     boven het Onpeilbare watergeklater

      ▬▬▬▬▬▬▬     beneden K‘an, het water H2O

      ▬▬▬    ▬▬▬     Saswitha, levend water,

      ▬▬▬    ▬▬▬     stroomt in de regio

      ▬▬▬▬▬▬▬

      ▬▬▬    ▬▬▬

 

Dit hexagram bestaat volgens plan uit de herhaling van het trigram K'an. Met andere woorden men kan hier ervan spreken: ook dit is een der acht dubbeltekens.  Het teken K'an tot H2O af te korten betekent het naar binnen storten. Een Jang-lijn was, is en wordt tussen twee Jin-lijnen naar binnen gestort en wordt door hen tesamen met zijn lotgenoten als water in een ravijn ingesloten. In familieverband is het een manspersoon, de zogenaamde middelste zoon.

Het Ontvangende heeft de middelste lijn van het Scheppende gekregen, en zo ontstaat K'an, het water (de regen). Als beeld is het het water dat van boven komt, zich op aarde voortbeweegt en in rivier- en meren samendromt en dat alle leven op aarde wekt, en alle wezens met levenskracht doorspekt.

 

In de menselijke verhoudingen is K'an niet slechts het oor, het stelt in de kern het hart, de ziel voor, die in het lichaam is opgesloten met het lichte in verband dat in het donker is besloten, te weten het verstand. Bij de naam van het teken wordt men al gewaar, het heeft als toevoeging: de herhaling van het gevaar. Daarmee doelt het teken, dat wij als water leerden kennen, op een objektieve situatie waaraan men beter dient te wennen, niet op een subjectieve gezindheid. Hier ligt een griezelig en vooral gevaarlijk feit! Want gevaar als subjectieve gezindheid betekent óf arglist óf roekeloosheid!

Daarom wordt als met een waarschuwend geluid het gevaar ook als ravijn aangeduid, dat wil zeggen een toestand waarin men zich bevindt zoals het water in een ravijn bezinkt, en waaruit men als het ware even later weer tevoorschijn komt evenals het water, wanneer men zich maar desgevraagd op de juiste wijze gedraagt.

HET OORDEEL

 

Het herhaalde Onpeilbare gaat steeds weer van start. Als je waarachtig bent, heb je welslagen in je hart. Dan gelukt elke opgave en wint men elk proces, en alles wat we doen en laten heeft voortaan succes.

 

Door de herhaling van het gevaar raakt men eraan gewend, totdat men het ten slotte door en door kent. Het water geeft het voorbeeld, hoe men, om te slagen, zich onder zulke omstandigheden dient te gedragen.

 

Het stroomt altijd verder en vult zo non-stop alle de plaatsen, waar het door stroomt, eenvoudigweg op; het schrikt voor niets terug – geen gevaarlijke plek, geen val in de diepte, geen persoonlijk echec – en verliest door niets dat op dit pad zich openbaart zijn oereigen essentiële aard. Onder alle omstandigheden, eerst eens in touw blijft het zichzelf voor altijd eeuwig trouw.

Zo bewerkt de waarachtigheid in moeilijke omstandigheden, dat men met zijn hart tot de kern van het probleem doordringt, en bemerkt hoe prachtig men op rasse schreden met groot succes naar de oplossingen ringt. En als men eerst eenmaal innerlijk alleroorden de situatie vervolgens meester is geworden, dan loopt alles als geheel vanzelf gedaan en zullen de uiterlijke handelingen met succes gepaard gaan.

In ogenblikken van gevaar komt alles eropaan, met de grootst mogelijke grondigheid te werk te gaan, en niets te verwaarlozen; de plank niet mis te slaan; vervolgens dat wij steeds verder voorwaarts gaan, opdat we niet door een misplaatst schromen in het gevaar blijven steken en erin omkomen.

Actief gebruikt kan het geva(a)r(en)pegel) een belangrijke betekenis hebben als beschermingsmaatregel. Ongelukken, rampspoed, verderf en droogte: Zo heeft de hemel zijn gevaarlijke hoogte, die hem tegen elke invasiepoging beveiligt, terwijl het doel de middelen heiligt. Zo heeft de aarde haar bergen en wateren, die beiden door hun gevaren de landen van elkander scheiden. Evenzo wenden de heersers een gevaarlijk hoog pegel van het gevaar aan als beschermingsmaatregel, om zich zo naar buiten toe tegen(over) agressie en ook naar binnen toe over iedere obsessie swift en doeltreffend te kunnen ontfermen teneinde tegen alle onlusten te beschermen.

 

HET BEELD

 

Het water stroomt helder en koel ononderbroken en komt aan het doel: Het beeld van het enig ware zich steeds herhalende Onpeilbare. Zo wandelt de edele sind zijn vroegste jeugd, zich wijdend aan het onderricht, in voortdurende deugd.

 

Het water bereikt zijn doel strikt genomen door ononderbroken door te stromen. Het vult elke diepte op, voordat het verder stroomt. Zo doet het ook de edele dat hij bereikt, waarvan hij droomt.

 

Hij hecht er steeds waarde aan, dat het goede in een voort tot een vaste karaktereigenschap wordt, en niet iets toevalligs en op-zich-zelf-staands blijft, maar zolang volgehouden wordt totdat men geschiedenis schrijft. Ook bij het onderrichten van anderen met een kleiner brein komt voortdurend alles eropaan om constant consequent te zijn. Want alleen maar door herhaling neemt bij voorbeeld een verlopen kop, net als iedere leerling, de stof goed in zich op.