<< Click to Display Table of Contents >>

30. LI / HET ZICH-HECHTENDE, HET VUUR

 

    ▬▬▬▬▬▬▬   boven het Zich-Hechtende,

    ▬▬▬   ▬▬▬   Li, het vuur in zijn natuur

    ▬▬▬▬▬▬▬   beneden Li,

    ▬▬▬▬▬▬▬   het Zich-Hechtende, het vuur

    ▬▬▬   ▬▬▬   de Grote Man bestrijdt zijn aberraties

    ▬▬▬▬▬▬▬   in alle rust en duur

 

Ook bij het Zich-Hechtende, het vuur kan men spreken van een zogenaamd dubbel-teken. Het enkelvoudige trigram Li betekent altijd ‘aan iets gehecht zijn’, ‘op iets berusten’, ‘klaarheid’.

Een donkere lijn hecht zich bij zijn binnentreden aan een lichte lijn boven en beneden: het beeld van een ruimte, leeg en zonder wanakkoorden, tussen twee sterke lijnen, waardoor deze licht worden. Het is de middelste dochter. Strikt genomen heeft het Scheppende de centrale lijn van het Ontvangende in zich opgenomen. En zo ontstaat Li. Als beeld is dit het vuur. Het vuur heeft geen bepaalde vorm, maar het is puur op een hechting aan de brandende voorwerpen gericht en is dientengevolge daardoor dus licht. Zoals het water van de hemel promt als het aan de tijd is naar beneden komt, zo laait het vuur hoog en droog  van de aarde naar de hemel omhoog. Terwijl K’an (het water) de ziel symboliseert, die in het lichaam opgesloten ageert, betekent Li in iedere kring de natuur in haar verheerlijking.

 

HET OORDEEL

 

      Het Zich-Hechtende. Bevorderlijk is standvastigheid.

      Die brengt succes naar verloop van tijd.

      Zorg voor de koe brengt onderwijl

      Uit de aard van de zaak altijd heil.

 

Het donkere hecht zich aan het lichte en dan vervolmaakt het zo de helderheid ervan. Doordat het lichte licht uitstraalt, heeft het van binnen iets nodig dat draalt en standvastig is, opdat het in zijn lichtend streven niet geheel opbrandt, maar voortdurend licht kan geven. Al het lichtende, zelf het lampje van uw fiets, is in de wereld afhankelijk van iets waaraan het zich gehecht heeft om in plaats van te verdwijnen continu te kunnen blijven schijnen.

 

Zon en maan zijn tot in hun nano-sekonden continu nauw met de hemel verbonden; koren, gras en bomen met de aarde; de onmetelijke vlakte van de levensvoorwaarde. Zo is ook in de loop van de geschiedenis de dubbele klaarheid van de man, die geroepen is in plaats van uitsluitend ‘uit zijn nek te lullen’ daadwerkelijk een taak te vervullen, onafscheidelijk verbonden met waarden en normen: met het goede en rechtvaardige en vermag daardoor de wereld te vormen. Een mens die onvrij en uiteraard afhankelijk in de wereld staat en bestaat, maar deze afhankelijkheid wel degelijk herkent en zich daardoor van moment tot moment met zijn daden, woorden en gedachten in dienst stelt van de harmonische en goede krachten van de kosmos en zich dienovereenkomstig zal gedragen, kan uit de aard van de zaak alleen maar slagen. De koe is in haar karakter-kwaliteit het symbool van de opperste volgzaamheid.

 

Als de mens deze opperste volgzaamheid en de daarmee verbonden vrijwillige afhankelijkheid in zichzelf aankweekt, dit voor elkaar kan krijgen, maakt hij zich klaarheid zonder scherpte eigen, en zelfs als zwerver met slechts een klein aantal vrinden zal hij zijn dan plaats in de wereld kunnen vinden.

Opmerking: vergelijk hier Hoofdstuk 30. Het Boek der Veranderingen van R. Wilhelm.

 

HET BEELD

 

       Het lichte verheft zich tweemaal op den duur:

       Dat is dus het beeld van het Vuur.

       Zo verlicht de Grote Man (de man van gewicht)

       De vier wereldstreken door voortzetting van dit licht.

 

Elk der beide trigrammen stelt aldoor de zon in haar dagelijkse dagloop voor. Er wordt dus hier door het I Ching vermeld: een zich steeds herhalende bezigheid van de zon voorgesteld. Daarmee wordt dus in feite ronduit de werking van het licht in de tijd aangeduid. De Grote Man zet in waardigheid voor oord het werk van de natuur in de mensenwereld voort. Door de klaarheid van zijn wezen bewerkt hij mettertijd dat het licht zich alsmaar verder uitbreidt en terwijl het tegelijkertijd het kwaad verdringt steeds meer het innerlijke wezen der mensen doordringt.