<< Click to Display Table of Contents >>

31. SIÈN / DE INWEKING (HET HOFMAKEN)

 

   ▬▬▬   ▬▬▬   boven Twéi, het meer

   ▬▬▬▬▬▬▬   het Blijmoedige, schaken

   ▬▬▬▬▬▬▬   beneden Ken,

   ▬▬▬▬▬▬▬   het Stilhouden, de berg,

   ▬▬▬   ▬▬▬   micronucleare wisselwerking

   ▬▬▬   ▬▬▬   tussen been en merg

 

De naam van het teken in zijn geheel betekent ‘algemeen’, ‘universeel’ en hij laat zich nog verder specificeren in overdrachtelijke zin als ‘beïnvloeden’, stimuleren. Het bovenste teken is Twéi, het meer en hier als het Blijmoedige in de weer.

 

Het onderste Ken, dient men te beschouwen als de berg, oftewel met andere woorden het Stilhouden. Het onderste (starre) teken oefent zo bekeken een aanhoudende, stille drang uit op het bovenste (zwakke) teken, dat in een blijmoedige staat verkeert en vrolijk op deze stimulans reageert. Ken, het onderste trigram, is de jongste zoon, het bovenste, Twéi, de jongste dochter en beeldschoon. Op deze wijze wordt hier in het gewone leven dus de wederkerige aantrekking der geslachten weergegeven. Daarbij moet om succes te kunnen claimen het mannelijke het initiatief gaan nemen en zich in plaats van voortdurend te kaatsen bij het hofmaken onder het vrouwelijke plaatsen.

 

Juist zoals het eerste teken van dit boek gezwind met de tekens voor Hemel en Aarde begint als de grondslagen van al het bestaande, begint toepasselijk het tweede deel met de tekens voor hofmaken en huwelijk, als de geijkte grondslagen van wat heet alle sociale verhoudingen op onze planeet.

 

HET OORDEEL

 

                         De Inwerking. Welslagen.

                         Bevorderlijk is standvastigheid.

                         Een meisje nemen

                         Brengt heil in deze tijd.

 

Het zwakke is boven, het sterke onderaan begaan; daardoor trekken hun krachten elkaar aan. Daardoor verenigen ze zich met elkander. Dat brengt welslagen voor de een en de ander. Want elk welslagen in elke wederkerige verwekking berust op de werking van wederkerige aantrekking. Innerlijk stilhouden met uiterlijke vreugde gepaard bewerkt, dat de vreugde niet de maat te buiten gaat, maar binnen de grenzen van het behoorlijke blijft, zodat men geen afstompend genot bedrijft. Dat is ook de zin van deze tijd van de bijgevoegde vermaning ‘bevorderlijk is standvastigheid’. Want daardoor dus onderscheidt zich de hofmakerij, waarbij de sterke man zich frank en vrij onder het zwakke meisje plaatst en haar respecteert, van wat zich anders als verleiding manifesteert. Deze aantrekking van onderling verwante elementen is een algemene natuurwet onder gelijkgeaarden exponenten.

 

Hemel en aarde trekken elkaar wederkerig aan, zodat alle wezen kunnen ontstaan. De wijze werkt met zijn pakket aan goede wensen door deze aantrekkingskracht op de harten der mensen, zodat de wrevel op aarde verstomd en de wereld tenslotte tot vrede komt. Uit de aantrekkingen die zij in het algemeen uitoefenen op alles en iedereen, kan men afleiden, de aard en de waarde van alle wezens in de hemel en op aarde.

 

HET BEELD

 

Boven op de berg bevindt zich een meer. Het beeld van de Inwerking over en weer. Zo laat de edele door de bereidheid te tonen hen op te nemen de mensen tot zich komen.

Een berg met een meer op de top ontvangt weer een stimulans door de vochtigheid van het meer. Dit voordeel valt hem te beurt doordat zijn top niet als een piek omhoog steekt, maar verdiept is hoger op. Dit beeld dient men dus als de raad te beschouwen, zijn geest innerlijk nederig en vrij te houden, zodat men in de loop van zijn leven inderdaad ontvankelijk blijft voor goede raad. Wie alles beter wil weten, keer op keer, krijgt al gauw geen goede raad van de mensen meer.