<< Click to Display Table of Contents >>
32. HENG / DE DUURZAAMHEID
▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬
boven Tsjen, de donder beneden Soen, de wind, die waait
Het sterke teken Tsjen is boven en het zwakke Soen beneden. Dit teken is de omkering van het recente verleden: dáár de inwerking in een maatschappelijk verband, hier de vereniging als duurzame toestand. De beelden zijn donder en wind die op termijn eveneens duurzaam verbonden verschijningen zijn. Het benedenste trigram wijst op zachtmoedigheid van binnen, het bovenste gaat de beweging naar buiten toe beginnen. Op de algemene natuurlijke grondslagen van de maatschappelijke verhoudingen overdragen heeft Het Boek der Veranderingen hier in gedachten: de instelling van het huwelijk als duurzame verbinding der geslachten.
Terwijl bij het hofmaken met name weinig tegendraads de jonge man zich onder het meisje plaatst, is bij het huwelijk – hier profaan gerepresenteerd door het samengaan van de oudste dochter en de oudste zoon – de man naar buiten toe buitengewoon leidend en bewegend begaan en de vrouw binnen zachtmoedig en gehoorzaam.
HET OORDEEL
Bevorderlijk is standvastigheid. Welslagen. Geen blaam. Bevorderlijk is het, een plaats te hebben, Waar men heen kan gaan.
De duur is een toestand welker beweging in haar nut niet door belemmering wordt uitgeput. Het is geen toestand van rust maar van belang: want stilstand zonder meer is achteruitgang. De duur is veeleer een in-zich-gesloten gegeven, het volgens vaste wetten zich steeds vernieuwende leven van een volmaakt georganiseerd, hecht geïntegreerd geheel, waarbij in de loop van de tijd voor ieder onderdeel in een volgens vaste wetten zich voltrekkende beweging voort zal zetten, zodat op elk einde dan weer een nieuw begin volgen kan. Het einde wordt bereikt door de beweging naar binnen: het inademen, de systole, de concentratie, het zich bezinnen. Deze beweging gaat dan over in een nieuw gewricht, een nieuw begin, waarbij de beweging naar buiten is gericht: het uitademen, de diastole, de expansie met haar drang. Zo werkt de duur een eeuwigheid lang. Zo hebben de hemellichamen in de loop van hun leven hun vaste banen aan de hemel, om voortdurend licht te kunnen geven. De jaargetijden wisselen bijzonder nauwgezet en ze volgen elkaar op volgens een vast wet; daardoor kunnen zij door zich wetmatig te vermengen een duurzaam effect te weeg brengen. Zo legt ook de man, die zich overgeeft aan een roeping die hij te vervullen heeft, een duurzame zin op het pad van zijn leven om daardoor de wereld vorm te kunnen geven. Door datgene wat de dingen hun duur geeft, kunnen wij de natuur van alles wat leeft, van alle wezens in de hemel en op aarde leren begrijpen in hun werkelijke waarde.
HET BEELD
Donder en wind in het verloop van de tijd: dat is het beeld van de Duurzaamheid. Zo staat de edele vast, wat er ook geschiedt, en hij verandert zijn richting niet.
De donder rolt brullend en de wind waait guur, oppervlakkig bezien eerder het tegendeel van ‘duur’. Beide zijn immers in hun voortdurende optreden uiterst bewegelijke grootheden. Maar hun tevoorschijntreden en afnemen in al hun facetten, hun komen en gaan geschiedt volgens duurzame wetten. Zo berust dus de edele, precies als zijn zelfstandigheid, ook niet op starre onbewegelijkheid. Hij gaat altijd mee met de tijd en haar wezen en verandert daarbij samen met dezen. Het duurzame is de vaste richting, die het karakter staalt, de innerlijke wet van zijn wezen, die al zijn handelingen bepaalt. |