<< Click to Display Table of Contents >>
33. T’OEN / DE TERUGTOCHT
▬▬▬▬▬▬▬ boven de hemel, ▬▬▬▬▬▬▬ kort door de bocht ▬▬▬▬▬▬▬ beneden Ken, ▬▬▬▬▬▬▬ het Stilhouden, de berg ▬▬▬ ▬▬▬ de massa der gemenen, ▬▬▬ ▬▬▬ ziek tot in hun merg
De kracht van het donkere is aan het opkomen. Het lichte trekt zich ervoor terug, op een veilige plaats, waar door de bank genomen geen duistere invloed terecht kan komen. We hebben bij deze terugtocht niet te maken met menselijke willekeur, zoals een verzaken, maar met de wetten van het natuurgebeuren. Daarom valt de terugtocht ook niet af te keuren, maar is in dit geval daadwerkelijk van nut en de juiste wijze van handelen, die dus de krachten niet uitput. Als maandteken behoort het hexagram aldus bij de zesde maand (Juli-Augustus) waarin de winterkrachten in alle regionen reeds weer hun werking beginnen te vertonen.
HET OORDEEL
De Terugtocht. Welslagen. Op het juiste ogenblik Is in het kleine standvastigheid bevorderlijk.
De verhoudingen zijn zo, dat de vijandelijke krachten, door de tijd begunstigd, aan het oprukken zijn. In dit geval dient men de terugtocht te achten als het beste wat men kan doen op dit weerbarstige terrein, en blijft men op deze wijze bij de les dan heeft men juist door de terugtocht succes. Het succes bestaat daarin, dat men zich niet laat vloeren, maar de terugtocht op de juiste manier vermag uit te voeren. Men mag de terugtocht niet verwarren met vlucht of een reis, die alleen bedacht is op redding tot elke prijs. Terugtocht is een teken van kracht, en dus geen verdwijnen als een dief in de nacht. Men mag echter om de plank niet mis te slaan het juiste moment niet laten voorbijgaan, zolang men nog zonder enig gemis in het volle bezit van zijn kracht en positie is. Men is dan in staat om vrij van elke waan alle de tekenen der tijd te verstaan vóór het te laat is voor het pakken van zijn biezen en een voorlopige terugtocht te verkiezen boven een totaal idioot en vertwijfeld gevecht op leven en dood. Zo ruimt men ook niet niet bepaald schrander zonder meer het veld van de tegenstander, doch men bemoeilijkt hem het voorwaarts gaan door juist in de details er acht op te slaan nog steeds, om dat nog eens heel duidelijk te zeggen, vastberadenheid aan de dag te leggen. Op deze manier bereidt men erdoor in de terugtocht reeds de ommekeer voor.
In plaats van de kat in het donker te knijpen de wetten van zulk een actieve terugtocht te begrijpen, is namelijk tamelijk hachelijk en ook alles behalve gemakkelijk. De zin, die in zulk een tijd verborgen ligt, is van grote betekenis en immens gewicht. HET BEELD
Onder de hemel loert de berg als een gedrocht. Dat geeft het beeld van de Terugtocht. Zo houdt de edele in stad en land De gemenen op een gepaste afstand. Hij doet dit, ook al zijn de gemene hardleers, Nimmer toornig, maar altijd beheerst.
De berg verheft zich onder de hemelse baan, maar het ligt in zijn natuur, dat hij ten slotte blijft staan. De hemel daarentegen trekt zich vliegensvlug van hem in de hoge verten terug, zodat hij volledig onbereikbaar blijft voor alles wat de berg op zijn spits bedrijft. Dat is het symbool voor de wijze waarop de edele zich telkens tegenover de snob en de omhoog komende gemene man gedraagt. Hij doet exact waar de situatie om vraagt. Als de gemene man nadert trekt hij zich stug in zijn eigen gedachtenwereld terug. Hij haat hem niet; dat acht hij niet de moeite waard, want haat is een deelhebben van innerlijke aard, waardoor men zich door haat verblind met het voorwerp van de haat verbindt. De edele toont zijn kracht (zijn hemelse aard) doordat zodra hij de gemene man ontwaart deze net zoals een berg als een machtige feit tot stilstand brengt door zijn bezadigdheid. |