<< Click to Display Table of Contents >>
34. DE MACHT VAN HET GROTE / TA TSJWANG
▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬
Boven Tsjen, de donder in zijn maximale opwaartsdrang Beneden Tj'ièn, de hemel, het Scheppende in kracht De Grote Man bestrijdt zijn aberraties dag en nacht
De grote, dat wil zeggen de lichte, sterke lijnen zijn krachtig en machtig in alle domeinen. Vier zijn er in het recente verleden van onderaf het teken binnengetreden en staan op het punt de volmacht te verkrijgen om in volle vaart verder en verder omhoog te stijgen. Tsjen, het Opwindende is het trigram aan de top, het Scheppende, Tj'ièn duikt direct daaronder op. Het Scheppende is sterk, is met kracht en macht gezegend; het Opwindende is constant weelderig bewegend. De vereniging van beweging en kracht geeft de betekenis van deze 'Grote Macht'. Het teken ‘De Macht van het Grote’ is kern en spil van de tweede maand, te weten: maart-april.
HET OORDEEL
De Macht van het Grote. Het machtigste feit: Bevorderlijk is standvastigheid.
Het teken duidt op een tijd, waarin men te maken krijgt met innerlijke waarde die met grote kracht omhoogstijgt en nu in zijn jaarlijkse cyclus prompt steeds machtiger wordend tot steeds meer macht komt. De kracht heeft echter in het recente verleden het midden inmiddels ruimschoots overschreden. Daarom dat er inderdaad het gevaar bestaat, dat men zich enkel maar op zijn macht verlaat, zonder zich steeds weer gedegen af te vragen, of men wel juist handelt in deze dagen.
Ook bestaat het gevaar, dat men met al zijn oerkrachten op beweging uit is, zonder het juiste tijdstip af te wachten. Daarom ook luidt de toegevoegde zin in het oordeel, dat standvastigheid bevorderlijk is, en aldus van voordeel! Want dat is eerst de werkelijk grote macht, die niet in louter destructief geweld ontaardt en maar verkracht, maar innerlijk verbonden blijft, al het kwaad en oude zeer ten spijt, met de grondbeginselen van het recht en de rechtvaardigheid. Als men dit punt van groot belang begrijpt, te weten dat grootheid en rechtvaardigheid ongeacht het terrein onafscheidelijk met elkaar verbonden moeten zijn, dan begrijpt men de ware zin en waarde van alles wat er gebeurd in de hemel en op aarde.
HET BEELD
De donder is boven aan de hemel, bovendien laat dit het beeld van de Macht van het Grote zien. Zo betreedt de edele nimmer een terrein als dit niet in overeenstemming met de orde blijkt te zijn.
De donder stijgt in het voorjaar hoog en droog als de elektrische kracht met man en macht omhoog. Deze beweging past zich harmonisch aan, aan de richting van de beweging die de hemel in zal slaan. Het is dus een beweging die zodanig aangesterkt in overeenstemming met de hemel, grote macht bewerkt. Ware grootheid echter, en dat is het aardige, berust op harmonie met het goede en rechtvaardige. Daarom wacht dus de edele in zijn goede fatsoen zich ervoor, om in tijden van grote macht iets te doen dat niet in harmonie met de gevestigde orde is, en slaat hij aldus ook de plank niet mis. |