<< Click to Display Table of Contents >>
35. TJIN / DE VOORUITGANG
▬▬▬▬▬▬▬ het Zich-Hechtende, het vuur ▬▬▬ ▬▬▬ op de bovenste rang ▬▬▬▬▬▬▬ beneden K’oen, de aarde, ▬▬▬ ▬▬▬ het Ontvangende, coram populo, ▬▬▬ ▬▬▬ waar de vooruitgang voortschrijdt ▬▬▬ ▬▬▬ in fortissimo
Het teken stelt de zon voor, die opkomt over de aarde; het is daarom het beeld van de zichtbare waarde, van de snelle, gemakkelijke vooruitgang, die tegelijkertijd steeds verdere expansie en klaarheid tentoonspreidt.
HET OORDEEL
De Vooruitgang: De burger kan nu gaan zonnebaden. De sterke vorst wordt geëerd door een groot aantal paarden. Op één dag wordt hij driemaal ontvangen, kan door de gunst der tijden het schier onmogelijke erlangen.
Als voorbeeld wordt hier een tijd aangehaald, waarin een sterke leenvorst, die niet draalt, dwaalt of faalt, de overige vorsten rondom de grote koning (in diens stede) verzamelt, en wel in gehoorzaamheid en vrede, en door de grote koning met geschenken overladen gloort en in zijn naaste omgeving toegelaten wordt.
Hierin ligt nu voor alle tijdgenoten een tweevoudige gedachte besloten. De eigenlijke werking van de 'vooruitgangscoalitie' gaat uit van een man in een afhankelijke positie, die alle de anderen geheel onverbolgen als hunsgelijke beschouwen en daarom dus willig volgen. Die leider bezit genoeg innerlijke klaarheid en tevens voldoende innerljk waarheid zijn grote invloed niet te misbruiken, maar met korte metten ten gunste van zijn heer in te zetten. De heer zijnerzijds als hoogste in de hiërarchie is volledig vrij van alle jaloezie, overlaadt de grote man met geschenken van goud, terwijl hij hem in zijn naaste omgeving houdt. Een verlicht heerser en een gehoorzaame aanhang zijn de noodzakelijke voorwaarden voor een grote vooruitgang.
HET BEELD
De zon gaat op over de aarde. Het beeld van de Vooruitgang en diens grote waarde. Zo geeft de edele reeds in zijn jeugd zelf glans aan zijn lichtende deugd.
Het licht van de zon, die opgaat over de aarde, is van nature helder; en van grote waarde; maar hoe hoger de zon rijst langs haar hemelse richtlijn des te volkomener komt ze uit de grauwe nevels tevoorschijn, totdat men haar in haar oorspronkelijke reinheid ziet, stralend over een steeds ruimer gebied. Zo is ook het ware wezen van de mens oorspronkelijk goed, maar wordt vertroebeld door het contact met het aardse, dat woedt. Daarom heeft het loutering nodig, want dat is zijn enige kans, opdat het kan stralen in zijn oorspronkelijke glans. *
* Dit is het thema, het 'Filosofische Vuur', dat uitvoerig wordt behandeld in de 'Hogere Cultuur' (Ta Siuè) |