<< Click to Display Table of Contents >>
36. MING I / DE VERDUISTERING VAN HET LICHT
▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬
Boven K'oen, het Ontvangende, de aarde haar gezicht Beneden Li, het Zich-Hechtende, het vuur De Grote Man verfijnd de glans van zijn cultuur
De zon is hier onder de aarde gezonken, daardoor is ze verduisterd door den deemster geslonken. De naam van het teken, het van verduistering betichte, betekent eigenlijk 'verwonding van het lichte'; vandaar dat de afzonderlijke lijnen zo bekeken ook meerdere malen van verwonding spreken. De situatie is juist het tegendeel gebleken van die welke zich voordoet bij het vorige teken. Ginds een wijs man aan de spits, die bekwame helpers heeft, met wie hij gemeenschappelijk voorwaarts streeft; hier een man die is uitgedost met een obscuur karakter op een hoge post, door wie de wijze en bekwame man wordt benadeeld en behinderd, waar immer het maar kan.
HET OORDEEL
De Verduistering van het Licht. Dan geldt voor elke lijn: Bevorderlijk is het, in de nood standvastig te zijn.
Ook met het zicht op een onaf verleden, of al die andere zo ongunstige omstandigheden, waarin meer als een kat in het donker wordt geknepen, mag men zich niet weerloos laten meeslepen, maar moet beginnen om van zich af te praten, om niet van zijn innerlijke overtuiging af te laten. Daarvoor moet men op zulk refractair terrein innerlijk licht als van nature luchtig zijn en naar buiten toe in plaats van betraand redelijk inschikkelijk en net zo meegaand.
Door deze houding kan men strikt genomen ook de grootste nood te boven komen. Wel moet men onder bepaalde omstandigheden zijn licht verbergen onder een smetteloos optreden, om ondanks de moeilijkheden met zo kort mogelijke metten in zijn naaste omgeving zijn wil te kunnen doorzetten. De standvastigheid moet in dit streven diep en duurzaam in het bewustzijn leven, maar wil men uiteindelijk zijn doel bereiken: dan mag ze onder geen beding naar buiten blijken. Alleen op deze wijze laat zich staven in moeilijke omstandigheden zijn wil te handhaven.
HET BEELD
Het licht is onder de aarde gezonken: Het beeld van de Verduistering van het Licht. Zo leeft de edele met de grote massa: Hij verhult zijn aanschijn op helderheid gericht.
Het is van essentieel belang in tijden van duisternis dat men voorzichtig, gereserveerd en terughoudend is. In tijden van duisternis is het van essentieel belang dat men voorzichtig en gereserveerd is, in plaats van bang. Het heeft in het licht van de omstandigheden niet de minste zin door brutaal optreden in het troebel zicht op een (on)afzienbaar falen zich een verpletterende vijandschap op de hals te halen.
Al doet men in zulke tijden niet mee met de verhalen en gewoonten der anderen, men moet hen ook niet laten balen door er de aandacht op te vestigen en onder snoeven ongezouten kritiek erop uit te oefenen. In de omgang dient men nimmer te vergeten: men moet in zulke tijden niet alles willen weten. Men moet in plaats van een gaan met die banaan heel wat over zijn kant laten gaan, zonder zich, door een gebrek aan zelfvertrouwen, daarom voor de gek te laten houden. |