<< Click to Display Table of Contents >>
37. TJIA ZJÈN / HET GEZIN (DE ‘CLAN’)
▬▬▬▬▬▬▬ boven giert een nieuwe wind ▬▬▬▬▬▬▬ door het Grote Plan ▬▬▬ ▬▬▬ beneden Li, ▬▬▬▬▬▬▬ het zich Hechtende, het vuur ▬▬▬ ▬▬▬ de woorden van de Grote Man ▬▬▬▬▬▬▬ bieden het gezin structuur
Het teken is een illustratie van de wetten, die in de familie gelden en tot goed gedrag aanzetten. De bovenste sterke lijn stelt hier gewoon de vader voor, de onderste de zoon, de vijfde (sterke) lijn blijkt de echtgenoot te zijn, en de echtgenote is de tweede (weke) lijn.
Ofwel de beide sterke lijnen stellen aldoor op de vijfde en de derde plaats twee broers voor, de daarbij behorende lijnen zijn te beschouwen (op de vierde en de tweede plaats) als hun vrouwen, zodat alle familiebetrekkingen linie voor linie en alle verhoudingen in de familie in dit teken op zinvolle wijze doordacht doeltreffend tot uitdrukking worden gebracht. Elke lijn op zichzelf heeft zo secuur de met haar plaats overeenkomende natuur. Dat de zesde plaats (met maar zwakke krachten), waar men dus misschien een zwakke lijn zou verwachten, toch met een sterke lijn is bedacht, wijst overduidelijk op de sterke macht, die ― om de plank niet mis te slaan ― van het hoofd van de familie dient uit te gaan. Deze lijn met haar hart van goud dient hier dus ook niet te worden beschouwd, ondanks haar aanwezigheid op een zwak domein, in haar hoedanigheid als zesde, maar als bovenste lijn.
Dit teken is voorzien van alle de kenmerken die laten zien hoe de wetten, die in het gezin werken ― net zoals van bovenaf de Wijze Raad der Ouden ― naar buiten de staat en de wereld in orde te houden. De invloed die goed gecultiveerd van het gezin uitgaat, wordt gesymboliseerd door het beeld van de wind, die (in)direct door het vuur wordt opgewekt.
HET OORDEEL
De familie en haar culturele bovenbouw. Bevorderlijk is de standvastigheid van de vrouw.
De grondslagen van de clan zijn van begin af aan de betrekkingen die onder de echtgenoten bestaan. De band die de familie bij elkaar houdt luistert nauw, ligt in de standvastigheid en de trouw van de vrouw. Haar plaats, haar terrein en haar domein ligt binnenin (tweede lijn), de man zijn plaats is buiten (vijfde lijn, top–structuur). Dat man en vrouw niet slechts in de literatuur hun rechte plaats innemen beantwoordt secuur aan één van de grootste wetten der natuur. De familie heeft behoefte aan een vaste autoriteit: dat zijn de ouders, die de clan leiden met beleid. Indien de vader werkelijk vader is en de zoon een zoon, en als de oudere broer niet telkens voller hoon vergeet zijn plaats als oudere broer ook naar behoren in te vullen, en dat ook zonder tegen zijn broertje of zijn zusjes aan te brullen, en de jongere zijn plaats als jongere broer ook invult, zonder dat hij van zijn kant zich verstokt in zwijgen hult. Als de echtgenoot werkelijk echtgenoot en de echtgenote echtgenote is, dan is de clan in orde in plaats van niet bijster fris. En dan laat zich ook zeggen: ‘Alles komt goed’, omdat men daadwerkelijk het rechte doet. Is de clan eerst eens op orde dan komt de orde mettertijd in alle maatschappelijke verhoudingen van de mensheid. Sinds Socrates steeds vaker als filosoof werd genoemd werd gaandeweg ook zijn Xanthippe wereldberoemd. Van de vijf maatschappelijke betrekkingen liggen heden drie ervan binnen de familieleden: die tussen vader en zoon – als de liefde (zonder ijverzucht) – , die tussen man en vrouw – de tucht –, tussen oudere en jongere broer (als een zegen) in plaats van dood en verderf de orde daarentegen.
De liefdevolle eerbied van de zoon wordt mettertijd op de vorst overdragen als plichtsgetrouwheid en het ordeningsprincipe en der broeders genegen–heid als getrouwheid op de vriend (als een machtig wapenfeit), en dan de verhouding tot de hogeren in rang als onderwerping in het algemeen belang.
De familie is de kiemcel van de maatschappij, de natuurlijke bodem, waarop er frank en vrij, voorbeeldig en gewetensvol de beoefening van de morele plichten als een oereigen rol door natuurlijke affectie gemakkelijker wordt gemaakt, zodat in de besloten kring van de wereld waarnaar men haakt langzamerhand een grondslag wordt gelegd die met behulp van blije gestes en eerder recht dan slecht op de menselijke betrekkingen, eerst eens bevrijd van wanakkoorden, in het algemeen overdragen kunnen worden.
HET BEELD
De Wind komt uit het Vuur te voorschijn: Het Beeld van de Clan achter een rookgordijn. Zo heeft de edele laboratoria-secuur In zijn woorden de zaak en in zijn wandel de duur.
De hitte is het, die kracht genereert, dat betekent de wind, die alle dingen domineert, die om het even waarvandaan of waarnaar toe die waait, door het vuur wordt opgewekt en dan eruit tevoorschijn laait. Dat is de werking van de wind die alles kan ontsieren: alsof het binnenste naar buiten komt gieren.
Precies hetzelfde, precies dezelfde kracht, wordt bij de regeling van de clan van groot belang geacht. Ook hier moet de inwerking, wil zij daadwerkelijk slagen, van de eigen persoon op anderen worden overdragen.
Om tot zulk een werking in staat te worden geacht moeten de woorden geladen zijn met kracht. Een dergelijke kracht laat zich alleen maar genereren als de woorden op iets werkelijks baseren, net zo als de vlam op een brandstof berust in plaats van het soort woorden waarmee men enkel wordt gesust.
Alleen maar als de woorden tot aan het eind toe zakelijk zijn, en als het ware uit één stuk in plaats van als een rookgordijn, en ongeacht de omvang der problemen tot bepaalde verhoudingen helder stelling nemen, hebben zij invloed en zal men ernaar haken zich van hen te bedienen, tot geestelijk eigendom te maken.
De algemene prietpraat, ongeacht hoe virtuoos, en alle vermaningen, zijn volkomen waardeloos. Verder moeten de woorden, om niet de werking in gevaar te brengen, net zoals de wind door zijn duurzaamheid werkt, doeltreffend ondersteund en aangelengd worden, zo duurzaam dat men het aan het hele gedrag merkt, anders leidt ieder woord slechts tot nog meer problemen en zal men er enkel aanstoot aan nemen.
Slechts een vast en een consequent handelen zal bij anderen de indruk achterlaten, dat ze zich aan hem aankunnen passen, en dat men wat bereikt heeft door met zo iemand te praten. Zijn woord en gedrag niet congruent en consequent, dan blijft de werking uit, wegens gebrek aan fundament. |