<< Click to Display Table of Contents >>
39. TJIËN / DE HINDERNIS
▬▬▬ ▬▬▬ boven K’an, het Onpeilbare, ▬▬▬▬▬▬▬ het water en diens duisternis ▬▬▬ ▬▬▬ beneden Ken, het Stilhouden, ▬▬▬▬▬▬▬ de berg met zijn hint: ▬▬▬ ▬▬▬ hoe men een uitweg uit ▬▬▬ ▬▬▬ de hindernissen vindt
Het teken stelt hier als het ware het decor te weten een gevaarlijke afgrond voor, die voor ons ligt, en eveneens bijzonder erg, achter ons hebben we de steile ontoegankelijke berg. Zo zijn wij alom door hindernissen omringt, incluis de weg, hoe men deze dans ontspringt. Want in de specifieke eigenschappen, die elke echte berg begeleiden, ligt ook reeds een vingerwijzing, hoe men zich eruit kan bevrijden. Wat het teken voorstelt zijn hindernissen, die in de stroom van alle normale gebeurtenissen in het algemeen als een minder gunstig nomen in de loop van de tijd opkomen, maar met het zicht op alle wanakkoorden kunnen en moeten overwonnen worden. Opdat men door de wangunst der tijden niet ontwricht, zijn al de aanwijzingen dan ook daarop gericht.
HET OORDEEL
De Hindernis: Men zit in de nesten. Bevorderlijk is dan nu het Zuidwesten. Niet bevorderlijk is het Noordoosten, teneinde geen dood en verderf te oogsten. Bevorderlijk is het de grote man te zien. Standvastigheid brengt heil, want zo handelt men kien.
De streek van de terugtocht is het Zuidwesten. Via deze richting geraakt men zeker uit de nesten. Het Noordoosten daarentegen is de streek van de opmars. Daar lapt de dood ten slotte elk leven aan zijn laars. We zien ons hier in de loop van de gebeurtenissen, geplaatst tegenover (hinderlijke) hindernissen, die, gelet alle de wanakkoorden, niet op slag overwonnen kunnen worden. In zulk een geval, bij zulk een tegenwicht, is het wijsheid, wanneer wij in het aangezicht van het gevaar eerst eens blijven staan en ons terugtrekken in plaats van nu maar door te (blijven) gaan. Deze terugtocht is echter (vanuit achter de coulissen) slechts de voorbereiding voor het overwinnen van de hindernissen.
Wij moeten, teneinde succes te boeken aansluiting bij gelijkgezinde vrienden zoeken en de leiding aanvaarden bij zulk hinderlijke impassen van een man die tegen de situatie is opgewassen. Daarvoor moeten wij constant, en niet alleen bij flarden, bezield zijn met de wil tot het einde te volharden, vooral dan, wanneer ons pogen als het ware wijd en zijd schijnbaar gaandeweg van het doel afleidt. Een koers van het innerlijk, die men vol te houden weet, brengt ten slotte heil, smeed men het ijzer als het heet. De hindernis duurt altijd slechts een bepaalde tijd en is van belang voor de ontwikkeling van onze persoonlijkheid. Op deze manier wordt men een 'duizendpoot'. Dat nu is de waarde van de nood.
HET BEELD
Op de berg is het water: Het beeld van de Hindernis. Zo wijdt de edele in de loop van zijn geschiedenis zijn zorg aan zijn eigen persoonlijkheid en vormt hij zijn karakter en zijn individualiteit.
Moeilijkheden en hindernissen werpen telkens vliegensvlug de mens in zijn ontwikkeling op zichzelf terug. Terwijl de gemene man echter tiert en vloekt en de schuld altijd bij andere mensen zoekt, het noodlot aanklaagt met laster en hoon, zoekt de edele de fout in zijn eigen persoon, en zodoende wordt in de loop van de gebeurtenis door deze zelfkritiek de uiterlijke hindernis voor hem geen aanleiding tot een ontreddering, maar een impuls tot innerlijke verrijking en ontwikkeling. |