<< Click to Display Table of Contents >>

44. KOW / HET TEGEMOETKOMEN

 

              ▬▬▬▬▬▬▬   boven Tj’ièn, het Scheppende,

              ▬▬▬▬▬▬▬   de hemel als het goede omen

              ▬▬▬▬▬▬▬   beneden Soen,

              ▬▬▬▬▬▬▬   het Zachtmoedige, de wind

              ▬▬▬▬▬▬▬   en het machtige meisje

              ▬▬▬   ▬▬▬   dat elke man verslindt

 

Dit hexagram geeft overduidelijk weer, hoe het donkere principe zich keer op keer heimelijk en onverwachts (terwijl het telkens weer de dans ontspringt) van binnenuit en onderaf weer in- en binnendringt, nadat het in het verleden reeds verdreven was maar nu terugkeert als een wildebras.

Het vrouwelijke komt als voorzien van blauw bloed uit eigen beweging de mannen tegemoet. Dat is een gevaarlijke en weinig gunstige situatie, vanwege de mogelijke consequenties, men dient deze ook onder spanning en sensatie met zicht in het licht van duistere pretenties dus tijdig te onderkennen en daardoor te vermijden en niet te ageren als een jantje van leiden.

Zoals reeds in het verleden is gebleken staat de vijfde maand (juni - juli) in dit teken, daar met de midzomer (als een ongunstig omen) het donkere principe gaandeweg weer omhoog begint te komen.

 

HET OORDEEL

 

Het Tegemoetkomen.

 

        Het meisje is machtig en als uniek te beschouwen.

        Met zulk een meisje moet men niet trouwen.

 

Het omhoogkomen van het gemene wordt hier getekend in het beeld van een ‘meisje van plezier’, een brutaal meisje dat wel in zeven talen zwijgt, maar dat zich prijsgeeft en daardoor de macht in handen krijgt. Dat zou natuurlijk op elk terrein uit de aard van de zaak onmogelijk zijn, indien het sterke en lichte (als een zeer ongunstig omen) het van zijn kant niet eveneens tegemoet zou willen komen. Het gemene kruipt moeiteloos onder je huid, want het ziet er zo onschuldig en zo vleiend uit, dat men er zeker plezier in heeft en er spanning en sensatie mee beleeft.

 

Het lijkt zo klein en zo zwak te zijn dat, terwijl men valt voor zijn schone schijn, men meent om er ‘von ganzem Herzen’ onbezorgd mee te kunnen schertsen.

 

Zo komt ook de gemene mens analoog enkel en alleen slechts daardoor omhoog, dat de edele hem welgemeend voor ongevaarlijk houdt en hem macht verleent. Indien men van het begin, van meet af aan, tegen hem op zou treden en tegen hem in zou gaan, zou hij nimmer zijn macht kunnen beproeven en nooit invloed kunnen uitoefenen.

 

Toch heeft, en dat is uitermate relevant, de tijd van het Tegemoetkomen ook nog een andere kant, die men wel onder het oog moet zien, te weten een zeer bevorderlijk stramien. Al mag het dan geen regel zijn dat er aplomb het zwakke het sterke tegemoet komt, er zijn toch tijden in de loop van de geschiedenis, dat dit van grote betekenis is.

 

Als hemel en aarde door de bank genomen met het zicht in dit licht elkaar tegemoet zullen komen, dan is dat uiteraard zeer de moeite waard en gedijen alle schepselen uitermate probaat. Als vorst en helper zonder te schromen elkaar op de juiste wijze tegemoetkomen, dan blijkt dit dus een dermate goed omen dat de wereld aldus in orde kan komen. Wederzijdse toenadering is noodzakelijk op termijn bij principes die voor elkaar bestemd en op elkander aangewezen zijn. Het moet alleen wel vrij zijn van onreine bijgedachten, anders is het als uit den boze te achten.

 

HET BEELD

 

              Onder de hemel is de wind. Strikt genomen:

              Het beeld van het Tegemoetkomen.

              Zo handelt de vorst bij het mededelen

              En het verbreiden van zijn bevelen

              En de verkondiging ervan

              Naar de vier windstreken onder de zon.

 

De situatie lijkt op die in het twintigste hexagram, met andere woorden: het Schouwen, Kwan. Daar waait de wind over stok en steen, hier waait hij onder de hemel heen. In beide gevallen komt hij overal. Maar terwijl de wind in het eerste geval ginds laag over de aarde streek, als symbool van de heerser die kennis neemt van de toestanden in zijn koninkrijk, waait hier de wind zoals het blijkt van boven en symboliseert hij de invloed door het mededelen die de heerser uitoefent door zijn bevelen. De hemel met zijn verheven waarde is veraf van de dingen der aarde, maar hij brengt ze in beweging door de wind. Ook voor de heerser geldt dat hij zich ver van het volk bevindt, maar hij brengt het in beweging door zijn bevelen en door zijn wilsuitingen mede te delen.