<< Click to Display Table of Contents >>
50. TING / DE SPIJSPOT
▬▬▬▬▬▬▬ boven Li, het vuur, ▬▬▬ ▬▬▬ het Zich-Hechtende, aan bod ▬▬▬▬▬▬▬ beneden Soen, het Zachtmoedige, ▬▬▬▬▬▬▬ de wind, het hout ▬▬▬▬▬▬▬ zo voedt der edele de waardigen ▬▬▬ ▬▬▬ en begaat geen enkele fout
Deze zes lijnen vormen in hun geheel het beeld van Ting, de Spijspot, in ieder onderdeel: onderaan de poten, dan de buik, dan de oren (omdat er aan een spijspot ook handvaten horen) en bovenaan ringen om hem te dragen op de door de traditie daarvoor aangewezen dagen.
Tegelijkertijd roept in gestrekte galop dit beeld de gedachte aan voeding op. De spijspot, uit brons gegoten, was het vat, dat in de tempel der voorouders zijn vaste plaats bezat en bij feestmalen een royaal ingeschatte hoeveelheid gekookte spijzen bevatte. Door de heer des huizes werden ze op zulke dagen daaruit in de borden der gasten overdragen. Ook de waterput heeft in de samenleving deze nevenbetekenis van voedseluitdeling, maar dan meer in het bijzonder voor het gewone volk, dat niet het pad volgt van de weg van de witte wolk. In tegenstelling tot kruiken en kannen wijst de spijspot als gebruiksvoorwerp van een verfijnde cultuur meer op verzorging en voeding van bekwame mannen, wat uit de aard van zaak dus op den duur uiteindelijk meer dan de moeite waard geheel ten goede komt aan de staat (vergelijk de vier tekens van de voeding voor het lijf: de nummers 50, 48, 27 en 5).
De ‘Waterput’ en natuurlijk ook dit teken zijn in het Boek der Veranderingen de enigen gebleken, waarvan zich laat vertellen, dat ze concrete, door de mens gemaakte voorwerpen voorstellen. Doch ook hier heeft in dit verband de gedachte zijn abstracte kant. Soen, beneden, is hout en wind, Li boven is de vlam, die het hout verslindt; hier wordt dus voor hetzelfde geld de door hout en wind aangewakkerde vlam voorgesteld, die zo eveneens vanuit dit aspect de gedachte aan voedselbereiding opwekt.
HET OORDEEL
De Spijspot levert alle dagen Verheven heil en welslagen.
Terwijl de waterput, wier vorm zich nooit wandelt, de sociale grondslag van de maatschappij behandelt, gelijk het water uitermate uitgekiend aldus het hout tot voedsel dient, wordt hier door de Spijspot met een redelijk geluid de culturele bovenbouw van de maatschappij aangeduid. Hier nu is het het hout dat niets ontziend de vlam (het geestelijke) tot voedsel dient.
Al het zichtbare moet volgens vaste wetten boven zichzelf uit groeien en zich verder voortzetten, trede na trede en ten slotte als het ware tot in de regionen van het onzichtbare. Daardoor verkrijgt het in de realiteit de ware wijding en de ware klaarheid, en geraakt het vast verankerd in de cosmos en verzinkt het niet alleen maar in de algemene chaos.
Het is hier dus dat men zich op een cultuur bezint, die haar hoogtepunt in de religie vindt. De spijspot zelf dient daarbij tot het aanbieden van offers aan God. Het hoogste aardse moet alleroorden aan het goddelijke geofferd worden. Maar het ware goddelijke vertoont zich echter nooit los van het menselijke, niet nu en ook niet ooit. Gods hoogste openbaring geschiedt door slechts weinigen en komt tot ons door propheten en de heiligen. Hen vereren vormt de fundering van de enig ware godsverering. Hen te vereren en hun bejubeling is de ware godsverering in iedere kring. De wil Gods, die door hen wordt geopenbaard, moet wel deemoedig worden aanvaard: dan ontstaat er zelf uit een religieus chaos het ware inzicht en een juist begrip van de cosmos, hetgeen dan in de loop der tijd tot groot heil en succes leidt.
HET BEELD
Boven het hout bevindt zich het vuur: het beeld van de Spijspot in de schoot van de duur. Zo verankert de edele zijn lot en zijn taken door zijn positie recht te maken.
Het hout uit de oneindige schoot van de duur is voor altijd en eeuwig het noodlot van het vuur. Zolang het beneden aanwezig is, dooft het vuur erboven pas met sint juttemis. Precies zoals in dit vaste gegeven, zo is het ook met het menselijk leven. Ook in de mens is een noodlot vereend, dat zijn leven de nodige kracht verleent.
En als het gelukt, zowel aan het leven als aan het noodlot de juiste plaats te geven, dan verankert men zijn lot en verbetert men de sfeer, doordat op deze manier het leven meer én in zijn diepere betekenis in directe harmonie met het noodlot is. In deze woorden zijn aanduidingen zat over de cultuur van het leven vervat, zoals deze door de zeer geheime leer van de Chinese Yogapractijk telkens weer, weliswaar in het geheim, maar alert en apert van mond tot mond worden overgeleverd. |