<< Click to Display Table of Contents >>

58. TWÉI / HET BLIJMOEDIGE, HET MEER

 

▬▬▬   ▬▬▬

▬▬▬▬▬▬▬   boven Twéi,

▬▬▬▬▬▬▬   het Blijmoedige, het meer

▬▬▬   ▬▬▬   en beneden ook weer

▬▬▬▬▬▬▬   Twéi, het meer

▬▬▬▬▬▬▬

 

Twéi is evenals Soen een der acht dubbele trigrammen. Twéi is de jongste dochter die hier haar haar zit te kammen, heeft als beeld de glimlach van het meer, als eigenschap de vreugde met haar gezonde invloedsfeer. De vreugde berust niet, zoals men hier bovendien misschien zou kunnen denken, op de weekheid, die we zien, zoals die zich bij nader inzien inderdaad in de bovenste lijn openbaart. De eigenschap van het weke (of wel: donkere) principe is niet de vreugde, maar zwaarmoedigheid. De vreugde komt hier uit de lijnen van het type met een volledig ander kwaliteit zoals de binnenste (onderste) twee sterke lijnen, die vanuit het oerelement meer verschijnen, het meer waaruit in de loop van de geschiedenis al het leven tevoorschijn gekomen is en die zich uiten in hun ‘zijn of niet zijn’ door middel van de buitenste (bovenste) lijn.

 

Ware vreugde berust in haar beleid dus zuiver op de innerlijke aanwezigheid van vastheid en kracht, die naar buiten toe zelfs kamerbreed te allen tijde zacht en uitermate mild optreedt.

 

HET OORDEEL

 

                            Het Blijmoedige. Welslagen.

                            Het machtigste feit:

                            Gunstig is standvastigheid.

 

De vrolijke stemming blijft ze bij de les werkt aanstekelijk, daarom heeft ze succes. Maar de vreugde heeft alle ‘meligheid’ ten spijt als grondslag nodig de bestendigheid, anders ontaardt ze facet voor facet namelijk linea recta in onbeheerste pret.

Waarheid en kracht als een veelbelovend omen moeten in een vrolijk en gezond hart wonen, terwijl de mildheid waar nodig kamerbreed in de omgang met de buitenwereld aan de dag treedt. Op deze manier heeft men onder alle tendensen de juiste instelling jegens God en ook de mensen, en bereikt men iets in plaats van niets. Door louter intimideren, zonder mildheid in zijn zeden, kan men onder bepaalde omstandigheden voor het ogenblik als een rotfiguur misschien wel iets bereiken, maar niet op den duur. Wanneer men daarentegen goedgeluimd en goedgezind door vriendelijkheid de harten der mensen wint, dan bewerkt men, dat ze ook hun hulp willen verlenen en alle moeilijkheden graag op zich nemen, ja zelfs voor de dood ― voor magere Hein ― niet terugschrikken, wanneer het moet zijn. Zóveel kracht heeft de vreugde over de mensen. En meer kracht kan een mens zich eigenlijk niet wensen.

 

HET BEELD

 

Het zijn twee op elkander berustende meren die het beeld van het Blijmoedige creëren. Zo komt de edele samen met zijn vriendenkring voor bespreking, discussie en instudering.

 

Het meer, dat de oorsprong van het leven omsluit, verdampt naar boven en droogt daarom gaandeweg uit. Als echter twee meren in verbinding staan, dan vullen ze elkaar in zekere zin aan. Zij drogen niet zo licht uit voorgoed, daar het ene meer dus het andere voedt. Net zo is het dus ook op wetenschappelijk terrein. De wetenschap moet een verfrissende en opwekkende kracht zijn.

 

Dat kan zij echter alleen maar worden door het oplossen van alle soorten wanakkoorden, indien men zich aan de stimulerende omgang overgeeft, zoals men die met gelijkgezinde vrienden heeft, met wie men zich beraadt en ook trede voor trede oefent in de toepassing der levenswaarheden. Zo wordt het leven door het wetenschappelijke handelen een levenspad dat vermoeide voeten dansend bewandelen en wordt onder invloed van wetenschappelijk beleid veelzijdig en krijgt een blijde lichtheid mettertijd, terwijl daarentegen het weten der autodidacten van moment tot moment op een manier is opgebouwd dat door het ontbreken van alle opbeurende contacten het altijd iets zwaarwichtigs en eenzijdigs houdt.