<< Click to Display Table of Contents >>
59. HOOFDSTUK / HWAN / DE OPLOSSING / UIT ELKAARGAAN
▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬▬▬▬▬ ▬▬▬ ▬▬▬
● Boven dient zich Soen, het Zachtmoedige, de wind, aan. ● Beneden K’an, het Onpeilbare, het water, ● Het gevaar, de afgrond, de duizelingwekkend diepe krater.
De wind, die uit de hoogte komt aangeraasd en onzichtbaar boven over het water blaast, verstrooit het en lost het op in schuim en damp. Daarin ligt ook de gedachte aan het voorkomen van een ramp, doordat, loopt bijvoorbeeld nog maar weinig naar wens, de levensenergie van de mens, wanneer deze door op hindernissen te stuiten zich dientengevolge amper meer kan uiten (hetgeen door de eigenschap en het dreigende geluid van het benedenste teken als gevaar wordt aangeduid) door de zachtmoedigheid in waardigheid voor oord weer verstrooid en opgelost wordt.
HET OORDEEL
● De Oplossing. Welslagen. De Konig nadert zijn tempel. ● Bevorderlijk is standvastigheid. Men stelt een exempel. ● Het is bevorderlijk het grote water over te steken, ● En gerechtigheid en standvastigheid niet slechts te preken.
De tekst van dit teken met de tekst van het teken 'het Verzamelen' vergeleken, te weten nummer 45: Tsw'éi vertoont overeenkomst. Daar hebben wij in de loop van de gebeurtenis te doen met het bijeenbrengen van wat gescheiden is, zoals het water voor zijn levensvoorwaarde zich verzamelt in meren op aarde. Hier gaat het om verstrooing: als het aangewezen mechanisme van oplossing van het scheiding-brengende egoïsme. De oplossing wijst als het ware wijd en zijd de kortste weg, die naar 'het Verzamelen' leidt. Zo is het te verklaren dat bij het vergelijken van de teksten met elkaar deze op elkander lijken.
Om echter met succes eraan te beginnen het scheiding-brengende egoïsme der mensen te overwinnen zijn nodig de krachten van goden en geesten. De religieuze krachten tijdens grote offerfeesten, die men gemeenschappelijk, zo boven, zo beneden, viert met godsdienstige plechtigheden, die tegelijkertijd het onderling verband en de sociale rangorde in het land, van familie, staat en schriftgeleerden elk jaar opnieuw manifesteerden, was het aangewezen middel dat alle mensen kenden, dat de waarlijk grote heersers aanwendden, om alle de harten uit hun egoïstische beknelling in één gemeenschappelijke gevoelsopwelling door heilige muziek en ceremoniële pracht als atmosferisch hoogtepunt bijeengebracht, tot het bewustzijn van den cosmisch-gestrengen gemeenschappelijke oorsprong van alle wezens te brengen, waardoor met dit eenheidsstreven uitgedost de scheiding werd overwonnen en de verstarring opgelost.
Een tweede middel dat men dient aan te merken is het gemeenschappelijke samenwerken aan grote ondernemingen, waardoor men ernaar streeft dat het volk een groot doel voor ogen heeft: in de concentratie op dit doel zullen allen alle scheidsmuren weg voelen vallen, evenals op een schip, dat als de tijd aanbreekt een grote stroom, het grote water, oversteekt allen de handen uit hun mouwen moeten steken en eenieder voor elkander een lans moet breken.
Tot zulk een oplossing zonder terrorisme van de hardheid van het egoïsme is echter slechts hij alleen in staat die zelf vrij is van een egoïstische aard, en die aldus volhardt in zulk een tijd in zijn rechtvaardigheid en standvastigheid.
HET BEELD
De wind waait over het water van een meer: het beeld van de Oplossing in een kosmische sfeer. Zo offerden de oude koningen aan hun heer en bouwden zij tempels tot diens eer.
Het water in de herfst begint zijn vorm reeds te verliezen en in de winter te verstarren en tot ijs te bevriezen. Zodra echter de milde lentewinden komen, verdwijnt deze verstarring weer, weggenomen, jaar na jaar, ja eens te meer, en het in ijsschotsen verstrooide verenigt zich weer. Zo is het ook met de geest van het volk heel anders dan op de weg van de witte wolk. Door hardheid en zelfzucht verstart het hart en men draait in een cirkel van hebzucht en smart.
En in deze verstarring en sukkeldraf zondert het zich van al het andere af. Egoïsme en hebzucht isoleren de mensen voortdurend in de weer met het verleggen van hun grenzen. Daarom moet in plaats van het noodlot te tarten een vrome ontroering zich meester maken van hun harten. Ze moeten worden verlost op levenstijd door een huivering van ontzag in het aangezicht van de Eeuwigheid, die hun als in een bliksemflits een intuïtief begrip geeft van die Schepper aan de spits, de Enige Schepper in elke tendens en de Enige Schepper van alle levende wezens, en hen verenigt door de kracht van de macht der gemeenschapsgevoelens teweeggebracht bij de heilige plechtigheid van de aanbidding van het goddelijke via menselijke bemiddeling. |