<< Click to Display Table of Contents >>
64. WÉI TJI / VOOR DE VOLEINDING
▬▬▬▬▬▬▬ boven Li, het Zich-Hechtende, ▬▬▬ ▬▬▬ het vuur in voorbereiding ▬▬▬▬▬▬▬ beneden K’an, ▬▬▬ ▬▬▬ het Onpeilbare, het water ▬▬▬▬▬▬▬ als de Grote Man niet oplet ▬▬▬ ▬▬▬ slaat hij een funeste flater
Dit hexagram duidt duidelijk een tijd aan, waarin nog niet alles op zijn plaats blijkt te staan. De voleinding is weliswaar niet ‘verder weg dan ooit’, maar de overgang van wanorde tot orde is nog niet is voltooid.
De ommekeer is op dit punt in de tijd dan weliswaar reeds voorbereid, in zoverre dat alle lijnen voortaan van het bovenste trigram in relatie staan met dat van het onderste. Maar dit blijkt toch ondermaats, want zij zijn nog niet op hun juiste plaats. Terwijl het vorige teken als geijkt van A tot en met Z op de herfst gelijkt, die ― terwijl het almaar harder stormt ― de overgang van de zomer naar de winter vormt, is dit teken te zien als de lente, die geheid uit de lange verstarring van de winter(tijd) met een zeker jolijt en al het oude zeer ten spijt naar de vruchtbare tijd van de zomer leidt. Met dit hoopvolle uitzicht voor alle kringen besluit het Boek der Veranderingen.
HET OORDEEL
Vóór de Voleinding. Dat betekent: Welslagen Als echter de kleine vos in deze dagen, Wanneer hij geheel op eigen kracht De overtocht bijna heeft volbracht, Het plots hoort kraken en dan prompt Met de staart in het water komt, Dan is er niets, ongeacht langs welke lijn, Dat bevorderlijk zou kunnen zijn.
De situatie is moeilijk. Op dit ogenblik is de opgave groot en verantwoordelijk. Het gaat met het zicht op een globale verstarring om niets minder dan de wereld uit de verwarring, door de zaken met de juiste termen aan te lengen, tot de orde terug te brengen. En zelfs als men er nu nog niet werkelijk in gelooft, toch is het een opgave die succes belooft, aangezien er een doel aanwezig is, dat ongeacht in verband met welk gemis in staat is de bestaande nood te lenigen en de uit elkaar strevende krachten vermag te verenigen. Voorlopig moet men echter ― om de plank niet mis te slaan ― nog wat zachtjes en zeer voorzichtig te werk gaan. En terwijl men aldus de touwtjes aan elkander knoopt, moet men een voorbeeld nemen aan een oude vos die over het ijs loopt. In China is de ‘voorzichtigheid in ieder ogenblik’ van de vos, als hij over het ijs loopt, spreekwoordelijk.
Hij luistert steeds naar het kraken en geduldig zoekt hij voorzichtig en heel zorgvuldig, acht slaande op elk waarschuwend geluid, zo altijd de veiligste plaatsen uit. Een jonge vos, die deze trend, deze voorzichtigheid dus nog niet kent, is te driest bij dit soort ondernemingen en te haastig in zijn bewegingen. En daar zich zo onheil onder hem samenbalt, kan het gebeuren, dat hij in het water valt, wanneer hij al bijna de overkant aanraakt en daarbij net nog zijn staart nat maakt. Dan is voor een dergelijk jong beest alle moeite natuurlijk vergeefs geweest. Daarom dus is op deze weg in tijden ‘vóór de voleinding’ voorzichtig overleg inderdaad en uiteraard de eerste voorwaarde voor een goed resultaat.
HET BEELD
Het vuur is boven het water (hitte boven vocht): Het beeld van de toestand vóór de overtocht. Zo is de edele in alle kringen Voorzichtig bij de onderscheiding der dingen, Opdat alles op zijn juiste plaats komt, Zodat tenslotte alle kritiek verstomt.
Als het vuur, dat toch al naar boven dringt, boven is en het water, dat zinkt, welks beweging omlaag, dus naar beneden gaat, zich beneden bevindt, dan uiteraard lopen alle hun werkingen uiteen en almaar krijgen ze geen contact met elkaar. Als men een bepaald effect wil bereiken, moet men eerst nagaan hoe dat het beste zou blijken, namelijk wat in de loop van de geschiedenis de natuur van de in aanmerking komende krachten is, en welke plaats hun toekomt. Wanneer men consequent de krachten op de juiste plaats aanwendt, dan gebeurt er wat het beste blijkt: ze hebben het gewenste effect, en de voltooiing wordt bereikt. Maar om de uiterlijke krachten op de juiste wijze te kunnen aanwenden, is het vóór alles nodig goed erop te achten dat men zelf het goede standpunt niet gaat schenden. Want alleen van daar uit gaat niets buiten zijn perken en is men in staat op de juiste wijze te werken. |