<< Click to Display Table of Contents >>

No contents entries on this page

Contents

 

 

2018-09-18

 

De mens met een (zittend) beroep

 

De meeste mensen werken zittend voor hun poen!               Natuurlijk is het hanteren van een baan

Stinkend rijk zijnde zouden ze wel wat beters doen:          in de maatschappelijke realiteit zwaar,

Bij voorkeur aldus van een rijk leven genieten,              maar vele malen moeilijker is een leven

en dus van alles wat het leven aan goeds heeft te bieden.    als men alle nutteloze banen en werk,

Maar door de noodzaak aan geld te moeten komen               waardeloze jobs en duistere karweitjes              

wordt hun deze vrijheid-blijheid wel ontnomen.               consequent blijft weigeren, teneinde

Door de levensomstandigheden om ‘t zo maar te zeggen         de tijd te vinden voor zijn ware werk,

moeten zij zich bij een tik-tak-leven neerleggen.            terwijl je daarvoor levenslang door de

Zij verabsoliteren op levenstijd                             maatschappij wordt verhoond met nog

de zogenaamde ‘maatschappelijke werkelijkheid’.              minder dan het minimumloon.

 

Deze werkelijkheid is echter immens bekrompen

en al snel beginnen ze af te stompen.

De dagelijkse beslommeringen stompen hun nog verder af;

het wordt ‘elke dag platten’, veelal zwijgend als een graf.

 

Deze figuren, die men overal ontmoet,

zijn economisch natuurlijk ook een groot goed.

Ze dragen immers stuk voor stuk hun steentje bij,

maar innerlijk en uiterlijk zijn ze niet vrij.

 

Het ontbreekt hun aan geld en – het machtigste feit:

het ontbreekt hun vooral aan de factor tijd.

Zij allen zijn slaven van de warhoofd-filosofie:

’Het gaat om de groei van onze economie!

Groot, groter, grootst, het komt telkens weer

op steeds grotere en weer nog meer rotzooi neer.

 

Men werkt zich bont en men werkt zich blauw

voor weer een nieuwe auto, een nieuw huis, een nieuwe vrouw.

En … het blijkt een vaststaand gegeven:

Hoofddoel blijkt steeds weer ‘een ander (nieuw) leven’.

 

Een klein aantal mensen in dit zorgenlabyrint

gaat het echter vrolijk voor de wind

Zij hebben als baan een gedachtengedrocht,

want ze hebben hun ziel aan de duivel verkocht.

 

Maar ook zij staan al snel als het ware schaakmat,

want ineens hebben ze alles al gehad.

Na een deprimerende fase met zielig gekweel

worden ze dan ineens ‘spiritueel’.

En omdat het voor de buitenwereld zo goed staat

doen ze alsof het ze nu om hun innerlijk gaat.

 

Met de welbekende frisse tegenzin

trekken ze bijvoorbeeld ‘spontaan’ ‘de bergen’ in,

Omdat dit – hoewel het mij altijd weer verrast –

nu ineens bij ze hoort en/of past!?